Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 26 oktober 2017

Alinea 87 College van Beroep voor het bedrijfsleven 26 oktober 2017

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 26 oktober 2017, ECLI:NL:CBB:2017:343.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard. Zij is van oordeel dat artikel 55 van de Msw en artikel 5:44, tweede lid, van de Awb zich richten tot het bestuursorgaan dat in overleg moet treden met het OM, om te voorkomen dat strijd met artikel 5:44, tweede lid, van de Awb optreedt. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de toezichthouder tijdens zijn bezoek op 30 september 2010 nog bezig was met het verzamelen van feitelijke gegevens en er geen sprake was van verhoor met het oog op het opleggen van een bestraffende sanctie, waardoor voor het geven van de cautie geen aanleiding bestond. Na het geven van de cautie op 27 december 2010 heeft appellant bovendien nog verklaringen afgelegd uit vrije wil. Ook de stelling van appellant dat geen zelfstandige betekenis kan worden toegekend aan de zakelijk weergegeven verklaringen van verschillende getuigen, volgt de rechtbank niet, nu deze verklaringen de volledige inhoud behelzen van wat tijdens de gesprekken aan de orde is geweest en alle stukken die ten grondslag liggen aan het bestreden besluit aan appellant zijn verstrekt. Wat betreft de gebruiksruimte is de rechtbank van oordeel dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat de percelen [adres 3] te [plaats 3] , het [terrein] te [plaats 2] en [adres 2] te [plaats 2] tot zijn normale bedrijfsvoering behoorden en tot de bij het bedrijf behorende oppervlakte gerekend dienden te worden. Gelet hierop heeft appellant niet aannemelijk gemaakt dat hij de gebruiksnormen niet heeft overschreden. Tot slot volgt de rechtbank niet het standpunt van appellant dat de boetes verdergaand dienen te worden gematigd wegens zijn verminderde draagkracht en het overschrijden van de redelijke termijn met toepassing van artikel 5:46, derde lid, van de Awb. Appellant heeft de benodigde informatie omtrent zijn financiële situatie niet aangeleverd. Voor wat betreft het overschrijden van de redelijke termijn is de staatssecretaris appellant al voldoende tegemoet gekomen door de boetes te matigen met 10%. Van overige zeer bijzondere, individuele, omstandigheden die tot verdergaande matiging hadden moeten leiden, is de rechtbank niet gebleken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b9b277adbfb185673b6a71db415769e7563570901e71dea00ccaec4850e9276a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b9b277adbfb185673b6a71db415769e7563570901e71dea00ccaec4850e9276a, en de alinea staat in dat document op bytes 42372 tot 44559.