Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 16 november 2017

Onder 4.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 16 november 2017

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 16 november 2017, ECLI:NL:CBB:2017:359.

Volgens [naam 1] heeft de accountantskamer in de bestreden uitspraak ten onrechte aangenomen dat met de aanpassing van artikel 22, eerste lid, van de Wtra – zoals dat luidt met ingang van 1 januari 2014 – sprake is geweest van een wijziging van het aanvangsmoment van de driejaarstermijn. De wijziging van het artikellid is volgens [naam 1] louter tekstueel geweest met als doel de bepaling beter leesbaar te maken. Voor zover er al een inhoudelijke wijziging in de aanpassing van het artikel zit, is dat veeleer een wijziging die maakt dat de termijn al eerder aanvangt. Er bestaat volgens [naam 1] dan ook geen reden om af te wijken van de vaste rechtspraak van het College ten aanzien van de driejaarstermijn van artikel 22 van de Wtra. Uit deze rechtspraak volgt dat de driejaarstermijn aanvangt wanneer de klager objectief gezien, gelet op de voor hem beschikbare informatie op de hoogte is van het feitelijk handelen of nalaten van de betrokken accountant dat de grond vormt voor het indienen van de klacht. [naam 1] stelt zich op het standpunt dat bij de curatoren uiterlijk op 29 september 2011 – maar eigenlijk al sinds het voorjaar van 2010 toen de fraude bekend werd – het vermoeden bestond als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de Wtra. In de brief van 29 september 2011 hebben de curatoren expliciet melding gemaakt van een onderzoek dat zal worden verricht naar de rol van [naam 1] . Dat de brief – zoals de accountantskamer heeft geoordeeld – niets zou inhouden over het moment waarop de curatoren hebben geconstateerd waarover zij hebben geklaagd, maakt dat volgens [naam 1] niet anders. [naam 1] stelt dat de brief duidelijk maakt dat ten minste vanaf dat moment sprake was van een vermoeden bij de curatoren, zodat uiterlijk op die datum de driejaarstermijn is aangevangen. De omstandigheid dat de curatoren waarschijnlijk tot februari 2014 hebben gewacht met het geven van de opdracht aan EY voor het tweede onderzoek, moet volgens [naam 1] voor risico van de curatoren blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/289b85fda8f0721c290eeeac954360c7711e4adfb076de7b5b828106607ddf05. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 289b85fda8f0721c290eeeac954360c7711e4adfb076de7b5b828106607ddf05, en de alinea staat in dat document op bytes 28926 tot 30954.