Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 16 november 2017
Onder 5.4 College van Beroep voor het bedrijfsleven 16 november 2017
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 16 november 2017, ECLI:NL:CBB:2017:359.
Tussen partijen is niet in geschil dat de Stichting op 30 maart 2015 haar klacht heeft ingediend bij de accountantskamer. Naar het oordeel van het College kan niet gezegd worden dat de oprichters en bestuurders van de Stichting – [naam 5] en [naam 6] – op grond van de faillissementsverslagen en publicaties in de media reeds voor 30 maart 2012 hebben geconstateerd of redelijkerwijs hebben kunnen constateren wat [naam 1] in de klacht wordt verweten. Zoals onder 4.5 al is opgemerkt hadden de berichten in de media in de periode 2011- 2012 met name betrekking op de fraude binnen Weyl en is daarmee geenszins gezegd dat voornoemde personen daarmee ook kennis hadden van het handelen dan wel nalaten van [naam 1] in zijn controlewerkzaamheden. Naar het oordeel van het College bestaat er geen aanleiding voor het oordeel dat de klacht van de Stichting niet-ontvankelijk moet worden geacht, vanwege overschrijding van de termijn van artikel 22, eerste lid van de Wtra.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/289b85fda8f0721c290eeeac954360c7711e4adfb076de7b5b828106607ddf05. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 289b85fda8f0721c290eeeac954360c7711e4adfb076de7b5b828106607ddf05, en de alinea staat in dat document op bytes 40098 tot 41083.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/289b85fda8f0721c290eeeac954360c7711e4adfb076de7b5b828106607ddf05 | shasum -a 256