Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 16 november 2017

Onder 5.4 College van Beroep voor het bedrijfsleven 16 november 2017

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 16 november 2017, ECLI:NL:CBB:2017:359.

De omstandigheid dat [naam 7] ( [naam 7] ) ook bestuurder is van de Stichting, leidt het College niet tot een ander oordeel. Vast staat immers dat [naam 7] eerst na het indienen van de klacht – namelijk per 22 april 2015 – is toegetreden tot het bestuur van de Stichting. Een door de Stichting tijdig ingediende klacht kan door de kennis van een later toegetreden bestuurslid niet alsnog verjaren. Dat [naam 7] , in zijn rol van secretaris van de toenmalige Nederlandse Bond van Handelaren in Vee (NBHV) (inmiddels Vee & Logistiek Nederland), op 30 mei 2011 aanwezig was bij een gesprek tussen vertegenwoordigers van KPMG en de NBHV, is voor de beoordeling van de tijdigheid van de klacht van de Stichting niet relevant, nog daargelaten dat uit de weergave van dit gesprek in de brief van 1 juni 2011 van KPMG aan NBHV niet kan worden afgeleid dat [naam 7] – op basis van dit gesprek – destijds al heeft geconstateerd of redelijkerwijs heeft kunnen constateren wat [naam 1] in de klacht wordt verweten. Het bovenstaande maakt dat de accountantskamer de klacht van de Stichting terecht ontvankelijk heeft geacht, voor zover deze ziet op de controle van de jaarrekening 2009.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/289b85fda8f0721c290eeeac954360c7711e4adfb076de7b5b828106607ddf05. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 289b85fda8f0721c290eeeac954360c7711e4adfb076de7b5b828106607ddf05, en de alinea staat in dat document op bytes 41093 tot 42292.