Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 16 november 2017
Onder 6.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 16 november 2017
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 16 november 2017, ECLI:NL:CBB:2017:359.
De derde grief van [naam 1] ziet op de gelijktijdige behandeling van de klachten van de curatoren en de Stichting met de klacht van AFM ter zitting van 5 en 6 oktober 2015 zonder dat de klachten waren gevoegd. [naam 1] meent dat de accountantskamer hiermee de vereisten van een goede procesorde heeft geschonden. De beslissingen in de twee uitspraken van 18 december 2015 van de accountantskamer steunen voor de onderbouwing op verwijzingen naar stukken die in andere procedure(s) zijn ingebracht. Zo wordt in de beslissing op de klachten van de curatoren en de Stichting verwezen naar een tweetal Quality Control-rapporten van KPMG (QC-rapporten) hoewel die rapporten door AFM zijn ingebracht ter onderbouwing van de klacht van AFM. Andersom bevat de beslissing op de klacht van AFM geen inhoudelijke beoordeling, maar een verwijzing naar de beslissing op de klachten van de curatoren en de Stichting, hoewel aan die beslissing het tweede EY-rapport van 23 februari 2015 ten grondslag ligt, welk rapport niet behoort tot dat procesdossier. Door de stukken van de ene procedure in de andere procedure te gebruiken heeft de accountantskamer het uitgangspunt geschonden dat het in een tuchtprocedure aan de klager is om het gestelde verwijtbare handelen of nalaten aannemelijk te maken. Volgens [naam 1] heeft de accountantskamer deze strijdigheid met de goede procesorde pogen recht te zetten door tot uitgangspunt te nemen dat de klachten van alle (oorspronkelijke) klagers op hetzelfde neerkomen en de mondelinge behandeling van alle zaken gezamenlijk te doen plaatsvinden. Dat alle klachten op hetzelfde neerkomen is volgens [naam 1] onjuist. Zo heeft alleen de Stichting een klacht geformuleerd ten aanzien van de onafhankelijkheid van [naam 1] . De accountantskamer laat de beslissing op deze klacht echter even zwaar meewegen bij de opgelegde maatregel in de zaken van de curatoren en AFM. Andersom hebben alleen de curatoren en de Stichting een klachtonderdeel geformuleerd met betrekking tot artikel 30 van de Wta, maar de accountantskamer betrekt haar overwegingen dienaangaande eveneens in haar beslissing ten aanzien van de klacht van AFM. [naam 1] meent dat deze handelwijze van de accountantskamer ontoelaatbaar is. Door hem voor de onmogelijke taak te stellen tijdens een zitting van twee dagen zich te verweren tegen drie verschillende klagers heeft de accountantskamer volgens [naam 1] zijn processuele rechten op ernstige wijze aangetast.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/289b85fda8f0721c290eeeac954360c7711e4adfb076de7b5b828106607ddf05. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 289b85fda8f0721c290eeeac954360c7711e4adfb076de7b5b828106607ddf05, en de alinea staat in dat document op bytes 42619 tot 45087.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/289b85fda8f0721c290eeeac954360c7711e4adfb076de7b5b828106607ddf05 | shasum -a 256