Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 16 november 2017
Onder 6.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 16 november 2017
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 16 november 2017, ECLI:NL:CBB:2017:359.
Ten aanzien van het in aanmerking nemen van processtukken die in de andere klachtprocedure zijn ingebracht, overweegt het College als volgt. Indien meerdere klachten worden ingediend die betrekking hebben op hetzelfde samenstel van gedragingen en waarin de gemaakte verwijten grotendeels overlappen, ligt het in beginsel voor de hand om over te gaan tot voeging van de klachten. Zo heeft de accountantskamer de klacht van de curatoren ook gevoegd met die van de Stichting. Dat laat onverlet dat er bedenkingen kunnen bestaan tegen het voegen van klachten, bijvoorbeeld in verband met de vertrouwelijkheid van door een partij ingebrachte stukken. In dit geval betreft dat met name de QC-rapporten die KPMG aan AFM heeft verstrekt in het kader van het toezicht door AFM. Weliswaar kan de voorzitter van de accountantskamer op grond van artikel 29a van de Wtra bepalen dat tijdens de klachtprocedure ingediende stukken of gegeven inlichtingen uitsluitend ter kennisneming van partijen staan en niet door hen aan anderen mogen worden verstrekt of anderszins openbaar worden gemaakt op straffe van een dwangsom, maar de Wtra kent geen voorziening zoals opgenomen in artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), op grond waarvan een partij, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, niet of slechts beperkt kennis kan nemen van bepaalde stukken die door een andere partij zijn ingebracht. De voorziening van artikel 29a van de Wtra kan in bepaalde situaties ontoereikend zijn – juist in verband met het vertrouwelijke karakter van de stukken – zodat het niet voegen van zaken in die situaties gerechtvaardigd kan zijn. De beslissing om niet tot voeging van de zaken over te gaan mag er echter niet toe leiden dat stukken ingebracht ter onderbouwing van een klacht daardoor worden onthouden aan de accountant tegen wie de klacht is ingediend. Daarvan is echter geen sprake geweest, nu [naam 1] de beschikking heeft gehad over alle door de verschillende klagers ingebrachte stukken. Het College acht in dit geval aanvaardbaar dat de accountantskamer de klacht van AFM niet heeft gevoegd met de klachten van de curatoren en de Stichting, maar wel alle stukken in de beoordeling van de klachten heeft betrokken. Aangezien [naam 1] alle stukken kende, zich daartegen heeft kunnen verweren – en dat overigens ook heeft gedaan – komt de handelwijze van de accountantskamer niet in strijd met de beginselen van een behoorlijke (tucht)procedure. De grief slaagt niet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/289b85fda8f0721c290eeeac954360c7711e4adfb076de7b5b828106607ddf05. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 289b85fda8f0721c290eeeac954360c7711e4adfb076de7b5b828106607ddf05, en de alinea staat in dat document op bytes 46905 tot 49386.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/289b85fda8f0721c290eeeac954360c7711e4adfb076de7b5b828106607ddf05 | shasum -a 256