Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 15 september 2017

Onder 6.5 College van Beroep voor het bedrijfsleven 15 september 2017

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 15 september 2017, ECLI:NL:CBB:2017:375.

Het College kan, in het licht van deze toelichting, appellante niet volgen in haar betoog dat verweerder en de Adviescommissie onrealistische verwachtingen hebben over de fase waarin de ontwikkeling van een product in de vroege fase dient te verkeren. Uit die toelichting blijkt dat de vroege fase ervoor is bedoeld om een product zodanig verder te ontwikkelen dat duidelijk wordt dat dit niet alleen technisch realiseerbaar, maar ook commercieel levensvatbaar is. Het gaat er bij de vroegefasefinanciering immers om dat de ondernemer in staat wordt gesteld om de ontwikkeling van het product ertoe te leiden dat het binnen afzienbare tijd succesvol op de markt kan worden gebracht, zodat investeerders daarna (wel) bereid zullen zijn om te investeren. Nu de vroege fase juist bedoeld is om de commerciële potentie van het product te laten zien, kan niet gezegd worden dat verweerder de verkeerde uitgangspunten hanteert door de aanvraag ook daarop te beoordelen. Dat verweerder daarbij zo ver zou gaan dat het product al volledig marktrijp moet zijn en voorzien van een sluitend businessmodel, zoals appellante heeft gesteld, is het College niet gebleken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8cae8b5cb8e9436d6b2b3d1288f2058fb7e3d8fea288e29dd79fcef8dc513b0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8cae8b5cb8e9436d6b2b3d1288f2058fb7e3d8fea288e29dd79fcef8dc513b0, en de alinea staat in dat document op bytes 26095 tot 27265.