Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 15 september 2017
Onder 6.6 College van Beroep voor het bedrijfsleven 15 september 2017
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 15 september 2017, ECLI:NL:CBB:2017:375.
Ook bij de andere afwijzingsgronden die verweerder in het bestreden besluit heeft genoemd, speelt het ontbreken van een adequate onderbouwing in het vroegefaseplan van hoe de stap van proof of principle naar proof of concept zal worden genomen een rol. Dit manco leidt ertoe dat onvoldoende aannemelijk is dat de toekomstige investeerder aan de hand van het vroegefaseplan het plan heeft opgevat de onderneming te financieren (artikel 3.16.9, aanhef en onder b) en dat onvoldoende vertrouwen bestaat dat het traject zodanig kan worden voltooid dat daarvoor na de vroege fase financiering kan worden verkregen (artikel 3.16.9, aanhef en onder d). Het vertrouwen dat de toekomstige investeerder bereid zal zijn om te investeren blijkt voorts, zo is het College met verweerder eens, onvoldoende uit de enkele modelverklaring van de toekomstige investeerder die op grond van de Regeling bij de aanvraag moet worden overgelegd (artikel 3.16.7, tweede lid). Dit geldt temeer in een geval als hier aan de orde, waarin de toekomstige investeerder heeft te kennen gegeven pas te willen instappen als het concept van de UCT is bewezen en er voldoende zicht is op een markt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8cae8b5cb8e9436d6b2b3d1288f2058fb7e3d8fea288e29dd79fcef8dc513b0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8cae8b5cb8e9436d6b2b3d1288f2058fb7e3d8fea288e29dd79fcef8dc513b0, en de alinea staat in dat document op bytes 27344 tot 28521.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b8cae8b5cb8e9436d6b2b3d1288f2058fb7e3d8fea288e29dd79fcef8dc513b0 | shasum -a 256