Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 februari 2017
Onder 8.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 februari 2017
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 februari 2017, ECLI:NL:CBB:2017:40.
Het College acht de vaststelling van de rechtbank dat uit deze bewoordingen niet anders is op te maken dan dat appellant op dat moment bezwaar maakte tegen het boetebesluit van 11 november 2014, juist. Het betoog van appellant dat zijn bezwaar tegen het invorderingsbesluit blijkt uit het feit dat hij in zijn bezwaarschrift naar het rapport van bevindingen van de toezichthouder heeft verwezen, faalt. Dit rapport bevat enkel een omschrijving van de geconstateerde overtreding en bestaat uit feiten die door partijen niet zijn betwist. Het boetebesluit en het invorderingsbesluit worden daarin niet genoemd en zijn ook pas daarna genomen. Nu appellant eerst tijdens de hoorzitting in bezwaar naar voren heeft gebracht dat zijn bezwaar mede tegen het invorderingsbesluit is gericht, heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat appellant de daarvoor gestelde termijn van zes weken heeft overschreden. In beroep en hoger beroep zijn geen valide redenen aangevoerd om deze termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/651c7bd0bdf2f927f6962410ad20460e62611ba19bc13c704f1c6e54435da317. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 651c7bd0bdf2f927f6962410ad20460e62611ba19bc13c704f1c6e54435da317, en de alinea staat in dat document op bytes 21216 tot 22244.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/651c7bd0bdf2f927f6962410ad20460e62611ba19bc13c704f1c6e54435da317 | shasum -a 256