Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 februari 2017

Onder 3.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 februari 2017

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 februari 2017, ECLI:NL:CBB:2017:41.

Het College ziet in wat appellant in hoger beroep heeft gesteld geen aanleiding om hem niet te houden aan zijn eerdere verklaringen, nu appellant enkel gesteld heeft dat zijn zoon met enkele vrienden heeft uitgezonden, zonder deze stelling te onderbouwen, bijvoorbeeld door het overleggen van verklaringen van zijn zoon of zijn vrienden of door hen mee te nemen naar de zitting om hen hierover op de zitting te laten verklaren. Ook heeft appellant niet verklaard waar hijzelf was op het moment van de overtreding, terwijl het ging om een nachtelijke uitzending vanuit zijn huis. Appellants stelling dat hij na de ontvangst van de voornemenbrief in paniek heeft gehandeld is voor het College ook geen reden om hem niet te houden aan zijn eerdere verklaringen, omdat het niet aannemelijk is dat hij daardoor niet in staat is geweest om zijn verklaring over het daderschap op een eerder moment dan op de zitting in hoger beroep bij te stellen. Wat betreft de stelling van appellant dat zijn verklaringen onder invloed van zijn toenmalige raadsman tot stand zijn gekomen, overweegt het College dat het appellants eigen keuze is om zich bij te laten staan door een juridisch adviseur en zich te richten naar zijn adviezen. Het op deze wijze verklaren komt daarom voor appellants eigen risico. Deze grond slaagt niet. Appellant is terecht zelf als overtreder aangemerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52e05ec3029e26e320165cc3a7a62447275a7716ea4a6577d802a4bb292d10fb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52e05ec3029e26e320165cc3a7a62447275a7716ea4a6577d802a4bb292d10fb, en de alinea staat in dat document op bytes 12317 tot 13694.