Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 februari 2017
Onder 6.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 februari 2017
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 februari 2017, ECLI:NL:CBB:2017:49.
Zoals het College in zijn uitspraken van 3 mei 2016 (ECLI:NL:CBB:2016:104) en 7 december 2016 (ECLI:NL:CBB:2016:363) heeft overwogen, valt niet in te zien dat de term kosten in het begrip onbetekenende kosten, dat is neergelegd in een reikwijdtebepaling, een beperktere betekenis zou kunnen hebben dan in het begrip totale kosten van het krediet voor de consument, dat in een verderop in de Richtlijn opgenomen definitiebepaling is neergelegd. Mede gelet op het beschermingsdoel van de Richtlijn, onder meer blijkend uit punt (8) van de considerans, en de Wft dient bij de beantwoording van de vraag welke kosten in aanmerking moeten worden genomen niet zozeer een formeel-juridische benadering te worden gevolgd, maar dient veeleer te worden gekeken naar de feitelijke gevolgen voor de consument, zoals het College reeds eerder heeft overwogen in zijn uitspraak van 3 maart 2015, ECLI:NL:CBB:2015:62.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e0572ce7c382d6892f12adc27e867b8307c53670defdbc38f2f733c6ad5eca6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e0572ce7c382d6892f12adc27e867b8307c53670defdbc38f2f733c6ad5eca6, en de alinea staat in dat document op bytes 19441 tot 20356.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e0572ce7c382d6892f12adc27e867b8307c53670defdbc38f2f733c6ad5eca6 | shasum -a 256