Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 februari 2017

Onder 6.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 februari 2017

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 februari 2017, ECLI:NL:CBB:2017:49.

Het College stelt vast dat een consument alleen voor een krediet van appellante in aanmerking kon komen indien hij ofwel zelf een persoonlijke garantsteller aanbracht ofwel een garantstellingsovereenkomst met [naam 2] afsloot. In het tweede geval waren met de garantstelling door [naam 2] aanzienlijke kosten gemoeid. Zo blijkt uit een tot de stukken behorende uitdraai van de website van [naam 2] dat een nieuwe klant voor een garantstelling voor een krediet van € 250 met een looptijd van 25 dagen een bedrag van € 62,50 betaalde. Op zichzelf is ook niet in geschil is dat ingeval van garantstelling door [naam 2] sprake was van meer dan onbetekenende kosten. Partijen verschillen van mening over de vraag of de kosten die de consument in rekening werden gebracht voor de kosten verbonden aan een door [naam 2] verstrekte garantstelling, behoren tot de kosten die de consument ter zake van de kredietovereenkomst in rekening worden gebracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e0572ce7c382d6892f12adc27e867b8307c53670defdbc38f2f733c6ad5eca6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e0572ce7c382d6892f12adc27e867b8307c53670defdbc38f2f733c6ad5eca6, en de alinea staat in dat document op bytes 20435 tot 21395.