Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 februari 2017
Onder 6.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 februari 2017
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 februari 2017, ECLI:NL:CBB:2017:54.
Volgens [naam 1] heeft de accountantskamer de klachtonderdelen 2, 5, 6, 11 en 12 ten onrechte “in zoverre” gegrond verklaard, omdat de onderdelen 2, 6, 11 en 12 van de klacht andere verwijten inhouden dan de accountantskamer hem in overweging 4.6.9 van de bestreden uitspraak maakt en die onderdelen ongegrond zijn verklaard. Per saldo zou die overweging slechts een oordeel mogen betreffen over klachtonderdeel 5: de volgens [naam 2] onjuiste gang van zaken met betrekking tot de inschakeling van [naam 5] ( [naam 5] ) van ‘ [naam 4] ’. Dit oordeel is volgens [naam 1] onjuist, omdat het op een onjuiste beoordeling berust van de klachtonderdelen en van de feiten en omstandigheden. [naam 1] stelt dat, anders dan de accountantskamer overweegt, geen sprake is geweest van door hem van [naam 5] ontvangen “schriftelijke stukken” van “informanten/deskundigen” die volgens het Reglement aan partijen voor commentaar dienden te worden voorgelegd. Dit volgt ook uit de beschrijving van de uitvoering van het onderzoek in het rapport. [naam 2] heeft ook geen bewijs overgelegd dat hij ( [naam 1] ) stukken van [naam 5] heeft ontvangen. [naam 1] stelt dat hij zich nergens heeft gebaseerd op een door [naam 5] uitgebracht advies of oordeel. Hij heeft na afronding van het feitenonderzoek slechts overleg gevoerd met [naam 5] ter onderbouwing van zijn advies. Hij heeft daarbij de casus geschetst en de ins en outs daarvan met haar bediscussieerd, zulks als kwaliteitsmaatregel. Ter zitting van de accountantskamer heeft hij de rol van [naam 5] geduid als ‘klankbordfunctie’, ook te duiden als ‘vaktechnisch overleg’, niet meer en niet minder. Er is volgens [naam 1] geen sprake geweest van een door haar gegeven oordeel. Een situatie zoals weergegeven in het Reglement was niet aan de orde. De accountantskamer overweegt ten onrechte dat partijen niet met het raadplegen van [naam 5] hebben ingestemd. [naam 1] stelt dat hij partijen schriftelijk heeft bericht omtrent zijn voornemen om advies in te winnen bij een professionele loopbaanbemiddelaar en vervolgens schriftelijk heeft toegelicht dat hij advies wilde inwinnen bij [naam 5] met het oog op een zorgvuldige beoordeling van de casus. Nadat [naam 2] een aantal voorwaarden noemde – hij wilde door [naam 5] worden gehoord – heeft [naam 1] aan zijn advocaat nogmaals uiteengezet wat hij met de inschakeling van bureau [naam 5] beoogde. Nadat hij had bericht dat hij bezig was de wederhoorreacties op de hoofdstukken 1 en 2 van het rapport te verwerken, waarna hij het rapport inclusief conclusies en het advies zou gaan afronden, is er niet meer gecorrespondeerd over de inschakeling van bureau [naam 4] . [naam 1] stelt dat hij, gelet op de reacties van [naam 2] , vervolgens alleen een bespreking heeft gehad met [naam 5] , met het karakter van ‘klankborden’. De concrete weergave hiervan heeft hij verwerkt in zijn advies. In paragraaf 5.3 van het rapport heeft hij – de reactie van [naam 2] hieromtrent in aanmerking nemend – onder 1) aan Defensie geadviseerd om professionele loopbaanbegeleiding aan te bieden aan [naam 2] . Hiermee is [naam 2] niet benadeeld, maar (zou hij zijn) gebaat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b39a77eb2fe4e0f7f97ac312eded986894853a7290ddfbd75a2e5ee7896c591. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b39a77eb2fe4e0f7f97ac312eded986894853a7290ddfbd75a2e5ee7896c591, en de alinea staat in dat document op bytes 28702 tot 31907.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7b39a77eb2fe4e0f7f97ac312eded986894853a7290ddfbd75a2e5ee7896c591 | shasum -a 256