Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 februari 2017
Onder 6.6 College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 februari 2017
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 februari 2017, ECLI:NL:CBB:2017:54.
[naam 2] bestrijdt het oordeel van de accountantskamer dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat [naam 1] op de hoogte was van de stuiting van de verjaring. Dit oordeel berust volgens [naam 2] op een onvoldoende lezing van de stukken. [naam 1] heeft op 25 november 2013 bij de aanvang van zijn opdracht van de advocaat van [naam 2] een dossier ontvangen, waarin zich een bewijsstuk bevond dat de verjaring op 17 maart 2006 door de voormalige advocaat van [naam 2] was gestuit. Bovendien is die stuiting tijdens de hoorzitting op 17 februari 2014 aan de orde geweest. [naam 1] lijkt zijn onjuiste conclusie zelf te hebben getrokken, aangezien Defensie zich na de interventie van de voormalige Minister van Defensie nimmer op dit standpunt heeft gesteld. Door zijn onjuiste uitgangspunt heeft [naam 1] essentiële onderdelen uit het dossier onbehandeld gelaten, hetgeen onzorgvuldig is. Een juist oordeel op dit punt is cruciaal voor het rapport en de daarin getrokken conclusies.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b39a77eb2fe4e0f7f97ac312eded986894853a7290ddfbd75a2e5ee7896c591. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b39a77eb2fe4e0f7f97ac312eded986894853a7290ddfbd75a2e5ee7896c591, en de alinea staat in dat document op bytes 45076 tot 46081.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7b39a77eb2fe4e0f7f97ac312eded986894853a7290ddfbd75a2e5ee7896c591 | shasum -a 256