Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 15 februari 2017
Alinea 34 College van Beroep voor het bedrijfsleven 15 februari 2017
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 15 februari 2017, ECLI:NL:CBB:2017:58.
4. 1 Volgens DNB is sprake van overtreding van artikel 129, eerste lid, van de Pensioenwet. Daartoe voert DNB aan dat het doel van de Pensioenwet is het zekerstellen van het kunnen nakomen van pensioenverplichtingen. Om dat doel te bereiken stelt de Pensioenwet verschillende eisen. Zo is de werkgever verplicht om pensioen onder te brengen bij een pensioenuitvoerder. Daarnaast is een pensioenfonds verplicht om een kostendekkende premie vast te stellen en moet een pensioenfonds beschikken over een vereist eigen vermogen. Kennelijk heeft de rechtbank als uitgangspunt genomen dat als eenmaal een kostendekkende premie is betaald, het vermogen van een pensioenfonds naar goeddunken van het fonds kan worden ingezet ter financiering van niet-pensioenverplichtingen, zoals een VPL-toezegging. Dat uitgangspunt is in strijd met (het systeem van) de Pensioenwet. Als zou moeten worden aangenomen dat het eigen vermogen van een pensioenfonds ook voor andere zaken dan pensioen kan worden gebruikt, dan kan een pensioenfonds - in strijd met de meest wezenlijke uitgangspunten van de Pensioenwet - de zekerheid van het kunnen voldoen aan de pensioenverplichtingen in gevaar brengen. De Pensioenwet stelt strikte eisen om te bewerkstelligen dat de pensioenverplichtingen voldaan kunnen worden. In artikel 128 van de Pensioenwet is bepaald dat een pensioenfonds een kostendekkende premie moet vaststellen. In artikel 129 van de Pensioenwet is limitatief geregeld aan welke vereisten moet zijn voldaan voordat een pensioenfonds mag overgaan tot het verlenen van korting op de premie of terugstorting ten gunste van de werkgever. De Pensioenwet biedt geen ruimte om op andere wijze vermogen aan het fonds te onttrekken, laat staan dat dit mag zonder dat aan de in artikel 129 van de Pensioenwet gestelde vereisten is voldaan. Gelet op het voorgaande heeft DNB aangenomen dat het Pensioenfonds door een gedeelte van het eigen vermogen ter beschikking te stellen voor de financiering van VPL-toezeggingen feitelijk een premiekorting aan de werkgevers heeft verleend. Aangezien het Pensioenfonds in de periode 2011 tot en met 2013 een reservetekort had, was die premiekorting ingevolge artikel 129 van de Pensioenwet niet toegestaan. Dientengevolge heeft het Pensioenfonds het pensioenvermogen niet mogen aanwenden voor aanvulling van de VPL-bestemmingsreserve. Het oordeel van de rechtbank dat geen sprake is van strijd met artikel 129 van de Pensioenwet is dan ook onjuist.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f3fc5a57f8c24038b7783aa7623410bb87e048b91e31fe038eeb02ad4cf7149. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f3fc5a57f8c24038b7783aa7623410bb87e048b91e31fe038eeb02ad4cf7149, en de alinea staat in dat document op bytes 17978 tot 20468.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2f3fc5a57f8c24038b7783aa7623410bb87e048b91e31fe038eeb02ad4cf7149 | shasum -a 256