Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 6 maart 2017

Onder 3.4 College van Beroep voor het bedrijfsleven 6 maart 2017

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 6 maart 2017, ECLI:NL:CBB:2017:79.

Het College volgt [naam 1] niet in zijn betoog dat hem de lening van € 243.000,- van [naam 8] niet hoefde op te vallen omdat een lening van [naam 8] aan de vennootschappen van [naam 6] niet ongebruikelijk was. Naar het oordeel van het College had [naam 1] de lening in combinatie met de cessie van vorderingen tot een bedrag van € 243.000,- en de omzetting daarna in agio op zijn minst opmerkelijk moeten vinden nu hij als administrateur – en naar eigen zeggen adviseur – daarvan niet wist, terwijl de mutaties volgens de toelichting in 2010 hadden plaatsgevonden. Het had dan ook voor de hand gelegen dat [naam 1] [naam 6] daarover bevraagd had bij het door de jaarrekening ‘heenlopen’. Het voorgaande betekent dat [naam 1] reeds vóór 24 december 2011 redelijkerwijs heeft kunnen constateren wat hij [naam 3] in klachtonderdeel b, subverwijten iii en iv verwijt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4423bfaf4aca8fe7f9e97498075046a849dde01f3a9f7b8c5f1b4b461938d546. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4423bfaf4aca8fe7f9e97498075046a849dde01f3a9f7b8c5f1b4b461938d546, en de alinea staat in dat document op bytes 21545 tot 22436.