Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 april 2018
Onder 5.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 april 2018
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 april 2018, ECLI:NL:CBB:2018:139.
Dit betoog (in beroepsgrond 1C) slaagt naar het oordeel van het College niet. Appellanten hebben ter zitting erkend dat zij niet per individuele abonnee hebben aangetoond dat er voorafgaand aan de communicatie is ingestemd met het ontvangen daarvan. Stukken daartoe ontbreken. De algemene, niet op de klagers toegespitste, beschrijving over het verkrijgen van toestemming door appellanten, acht het College onvoldoende om te kunnen concluderen dat sprake is van instemming van deze klagers van de ongevraagde communicatie. Voor zover appellanten stellen dat zij in bewijsnood verkeren, omdat [naam 1] vanwege de Wet bescherming persoonsgegevens het klantenbestand heeft moeten wissen, overtuigt dit betoog het College niet. Zij hebben op geen enkele manier gemotiveerd dat uit dat klantenbestand dergelijke instemming zou kunnen blijken. Bovendien komt het voor rekening en risico van appellanten als zij het voor haar in verband met artikel 11.7 van de Tw essentiële bewijsmateriaal zonder meer vernietigen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e3fba6827ab31d4512803b8d4f439005fad46c59f278eca490043686476bfb2c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e3fba6827ab31d4512803b8d4f439005fad46c59f278eca490043686476bfb2c, en de alinea staat in dat document op bytes 16379 tot 17403.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e3fba6827ab31d4512803b8d4f439005fad46c59f278eca490043686476bfb2c | shasum -a 256