Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 8 mei 2018
Onder 4.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 8 mei 2018
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 8 mei 2018, ECLI:NL:CBB:2018:141.
ACM voert - samengevat weergegeven - het volgende verweer. De boete die aan appellanten is opgelegd, is bepaald met toepassing van de Boetecode. Uitgangspunt van de Boetecode is dat een boete zowel speciale als generale preventie ten doel heeft. Een boete moet op een zodanig niveau worden gesteld dat deze een overtreder van een volgende overtreding weerhoudt en tegelijkertijd potentiële overtreders afschrikt. Met andere woorden: een boete moet voldoende afschrikwekkende werking hebben. Daarbij heeft ACM zich rekenschap gegeven van de vraag of de uit de Boetecode voortvloeiende boete voor appellanten, gelet op alle omstandigheden van het geval, evenredig is aan het beoogde doel. Tot die omstandigheden behoren in ieder geval de aard en ernst van de overtreding, de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten en de omstandigheden waaronder deze is gepleegd. ACM heeft eerst conform de Boetecode een basisboete vastgesteld van € 270.581,-, waarbij zij de ernstfactor 1,75 heeft gehanteerd. In geval van recidive vindt zij een verhoging van de basisboete met 100% in beginsel in de rede liggen. In dit geval zou dat betekenen dat de boete € 541.162,- zou bedragen. ACM meent dat van zo een boete geen enkele speciaal preventieve werking zou uitgaan, zodat zij heeft afgezien van een boeteverhoging wegens recidive als bedoeld in randnummers 47 en 48 van de Boetecode. Om die reden heeft ACM aanpassing van de basisboete noodzakelijk geacht zoals bedoeld in randnummer 35 van de Boetecode. Daarbij heeft ACM uit een oogpunt van speciale preventie in aanmerking genomen dat appellanten al eerder zijn beboet wegens overtreding van artikel 6 Mw voor in totaal ruim € 1,5 miljoen en dat die boetes hen kennelijk niet ervan hebben weerhouden om het kartelverbod opnieuw te overtreden. Met de verhoging van de basisboete beoogt ACM te bewerkstelligen dat appellanten niet nogmaals in de fout gaan. ACM benadrukt dat de voortzetting van verboden vooroverleg met schoon schip maken (van de bouwsector) niks van doen heeft. Die omstandigheid raakt de generale preventie. De (verboden) praktijken van cover pricing pasten namelijk in de filosofie van appellanten als prijsvechter. Om te voorkomen dat bedrijven een(zelfde) filosofie aanhangen zoals die van appellanten, heeft ACM - uit een oogpunt van generale preventie - met de aan appellanten opgelegde boete het signaal willen afgeven dat ACM, indachtig haar optreden in de bouwfraude, op biedmarkten geen onderlinge afstemming van inschrijfgedrag tolereert. Gelet op de eerder aan appellanten opgelegde boetes en gelet op het gewicht van appellanten, heeft ACM de boete bepaald op € 3.000.000,-.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a674f20dbe2ae6912b6475d5a2a49ebf4b09ebf7a2215d9c9bd17c3d184783de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a674f20dbe2ae6912b6475d5a2a49ebf4b09ebf7a2215d9c9bd17c3d184783de, en de alinea staat in dat document op bytes 15439 tot 18119.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a674f20dbe2ae6912b6475d5a2a49ebf4b09ebf7a2215d9c9bd17c3d184783de | shasum -a 256