Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 april 2018

Onder 4.5 College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 april 2018

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 april 2018, ECLI:NL:CBB:2018:147.

Naar het oordeel van het College heeft de rechtbank in de alternatieve lezing van appellante ten onrechte geen aanleiding gezien om te twijfelen aan de in het rapport neergelegde conclusie dat het rookverbod niet of onvoldoende werd gehandhaafd. Door te overwegen dat de controleurs getraind zijn in het onderscheiden van tabaksgeur die afkomstig is van kleding en/of een asbak, of van een tabaksproduct dat binnen in een ruimte is gerookt, heeft de rechtbank de alternatieve lezing van appellante onvoldoende weerlegd. Het College acht de alternatieve lezing van [naam 1] omtrent de herkomst van de rookgeur, mede gelet op diens consistente en gedetailleerde verklaringen, niet onaannemelijk. Dit klemt te meer, nu de verklaringen van [naam 1] worden ondersteund door hetgeen [naam 4] tijdens de zitting van het College van 19 februari 2018 als getuige onder ede heeft verklaard, terwijl de toezichthouder in dit geval niet daadwerkelijk heeft waargenomen dat in de betreffende horecaruimte tabaksproducten werden gerookt maar dit heeft afgeleid uit de aanwezigheid van een geopend pakje Lucky-Strike sigaretten en twee asbakken met sigarettenpeuken en as op de bar en de waargenomen penetrante geur van verse tabaksrook. Het College neemt voorts in aanmerking dat [naam 1] tijdens de zitting van het College een filmopname heeft getoond waarin overeenkomstig diens verklaringen is te zien dat de privéruimte waar hij en [naam 4] zouden hebben gerookt grenst aan het horeca-gedeelte, het kantoortje is voorzien van een telefoon en onder de trap bij de uitgang van het hotel drie afvalcontainers staan. Naar het oordeel van het College kan dan ook niet worden uitgesloten dat de door de toezichthouder waargenomen tabaksgeur afkomstig was van kleding en/of een asbak, of van tabaksproducten die enige tijd daarvoor in het privégedeelte van het hotel werden gerookt. Gelet hierop is er reden te twijfelen aan de inhoud van het rapport wat betreft de organoleptische waarnemingen van de geur van verse tabaksrook door de toezichthouder en de daaraan verbonden conclusie dat er in de betreffende horecaruimte tabaksproducten werden gerookt. De staatssecretaris had de stellingen van [naam 1] dan ook niet kunnen passeren met de enkele overweging dat de toezichthouder een sterke penetrante geur heeft geroken. De overgebleven vaststaande bevindingen die aan de boete ten grondslag zijn gelegd, te weten dat in het horecabedrijf van appellante een geopend pakje Lucky-Strike sigaretten op de bar lag en dat daar twee asbakken stonden met daarin ongeveer een tiental uitgedrukte sigarettenpeuken en een aanzienlijke hoeveelheid as, vormt naar het oordeel van het College onvoldoende bewijs voor de overtreding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/811850dfaa53d36955681855d0b07df9b4d48cebe04cc8a74ff8ef3af8dd17cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 811850dfaa53d36955681855d0b07df9b4d48cebe04cc8a74ff8ef3af8dd17cd, en de alinea staat in dat document op bytes 20305 tot 23025.