Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 22 mei 2018

Onder 8.11 College van Beroep voor het bedrijfsleven 22 mei 2018

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 22 mei 2018, ECLI:NL:CBB:2018:187.

“11 In de toelichting op het middel wordt (…) bezwaar gemaakt tegen 's Hofs overwegingen met betrekking tot de door art. 9 van de Verordening veroorzaakte 'bewijslastverdeling'. Naar aanleiding daarvan merk ik op dat de rechter, indien een beroep op een strafuitsluitingsgrond wordt gedaan, gehouden is de feitelijke grondslag van het verweer te onderzoeken, terwijl de last tot het aannemelijk maken van die feitelijke grondslag niet uitsluitend op de verdachte mag worden gelegd, vgl. HR NJ 1997, 657 (https://www.navigator.nl/document/id3419970603105138nj1997657dosred?h1=(NJ)%2C(2003%2C)%2C(606)&idp=https%3A%252F%252Flogin.rechtsorde.nl%252Fsso). Dat impliceert dat van de verdachte die zich op een strafuitsluitingsgrond beroept onder omstandigheden wel enig initiatief mag worden gevergd. Het is niet steeds ontoelaatbaar dat de rechter wegens de aard van de door de verdachte ingeroepen omstandigheden verlangt dat de verdachte tenminste enigermate aannemelijk maakt dat die omstandigheden zich hebben voorgedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c68edc28be1d1ace7c16b2c6973e3f864813eda9b5f565f76d50b9a584ac0902. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c68edc28be1d1ace7c16b2c6973e3f864813eda9b5f565f76d50b9a584ac0902, en de alinea staat in dat document op bytes 282742 tot 283785.