Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 22 mei 2018
Onder 8.11 College van Beroep voor het bedrijfsleven 22 mei 2018
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 22 mei 2018, ECLI:NL:CBB:2018:187.
15 ' s Hofs oordeel dat de uit de redactie van art. 9 van de Verordening voortvloeiende consequentie dat degene die wordt beschuldigd van overtreding van het in het eerste lid opgenomen verbod ermee wordt belast aannemelijk te maken dat zich één der in het tweede lid genoemde uitzonderingen op dat verbod heeft voorgedaan niet onredelijk te noemen is, omdat het bestaan van die uitzonderingen op eenvoudige wijze zal zijn aan te tonen, getuigt in het licht van het vorenstaande niet van een onjuiste rechtsopvatting. (…). Dat varkens overeenkomstig de verordening zijn gemerkt is immers een omstandigheid die zich dadelijk laat waarnemen, terwijl — nu het tegendeel in feitelijke aanleg niet is betoogd — aangenomen moet worden dat een deugdelijke administratie de ondernemer in staat stelt aanstonds te laten zien dat varkens op zijn bedrijf zijn geboren en niet langer dan een week tevoren zijn gespeend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c68edc28be1d1ace7c16b2c6973e3f864813eda9b5f565f76d50b9a584ac0902. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c68edc28be1d1ace7c16b2c6973e3f864813eda9b5f565f76d50b9a584ac0902, en de alinea staat in dat document op bytes 286534 tot 287464.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c68edc28be1d1ace7c16b2c6973e3f864813eda9b5f565f76d50b9a584ac0902 | shasum -a 256