Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 22 mei 2018

Onder 8.20 College van Beroep voor het bedrijfsleven 22 mei 2018

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 22 mei 2018, ECLI:NL:CBB:2018:187.

De waarborgen voor een verdachte ex art. 6 EVRM, met name de procedurele, zoals het recht op een ‘hearing’, gelden niet in alle punitieve procedures in gelijke mate: het EHRM maakt onderscheid tussen soorten punitieve procedures, met name tussen wat ik maar defamerend strafrecht en ordenend strafrecht noem. Op het laatste gebied hoeven de waarborgen ex art. 6 EVRM kennelijk niet steeds with their full stringency toegepast te worden. Na het in 3.3.5 geciteerde arrest van het HvJ EU heeft Nederland zijn tot dan toe bestaande heffingsstelsel gedefiscaliseerd en in plaats daarvan (bestuurlijk) gepoenaliseerd. Daaruit volgt dat de bestuurlijke boeten ex de Msw voor het EHRM niet in de traditional categories of the criminal law zullen vallen, maar in het ordenende punitieve recht, waarvoor de waarborgen ex art. 6 EVRM niet noodzakelijkerwijs with their full stringency gelden. Dat wordt niet anders als de punitieve procedure voor de betrokken burger van groot persoonlijk belang is. Het EHRM overwoog in de zaak Jussila v Finland als volgt over het achterwege laten van een mondelinge behandeling in een fiscale-boeteprocedure voor de Finse belastingrechter:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c68edc28be1d1ace7c16b2c6973e3f864813eda9b5f565f76d50b9a584ac0902. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c68edc28be1d1ace7c16b2c6973e3f864813eda9b5f565f76d50b9a584ac0902, en de alinea staat in dat document op bytes 322626 tot 324012.