Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 15 mei 2018

Onder 3.7 College van Beroep voor het bedrijfsleven 15 mei 2018

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 15 mei 2018, ECLI:NL:CBB:2018:276.

Tenslotte komt het College tot het oordeel, zoals volgt uit hetgeen onder 3.5 en 3.6 is overwogen, dat appellante geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden aan haar aanvraag ten grondslag heeft gelegd. Het College stelt vast dat de minister in deze zaak in overeenstemming met zijn bestuurspraktijk toepassing heeft gegeven aan artikel 4:6, tweede lid, van de Awb. Het College ziet in hetgeen appellante heeft aangevoerd geen grond voor het oordeel dat het besluit van de minister om artikel 4:6, tweede lid, van de Awb toe te passen evident onredelijk is. Dat door de inwerkingtreding van de Fokkerijverordening per 1 november 2018 een ander toetsingskader zal gaan gelden, is – daargelaten tot welke uitkomst toepassing van dat toetsingskader zou leiden – hiervoor onvoldoende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ed66fe8f595fb5b40105f5fe26e1be30385436e969064baba3ba6db65d940a7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ed66fe8f595fb5b40105f5fe26e1be30385436e969064baba3ba6db65d940a7, en de alinea staat in dat document op bytes 21936 tot 22746.