Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 januari 2018
Onder 6.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 januari 2018
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 januari 2018, ECLI:NL:CBB:2018:3.
Aansluitend bij genoemde jurisprudentie van de Hoge Raad wijst het College erop dat het EHRM in zijn uitspraak van 17 december 1996, no. 43/1994/490/572, ECLI:NL:XX:1996:ZB6862, NJ 1997/699 (Saunders tegen Verenigd Koninkrijk) heeft overwogen dat het verbod op gedwongen zelfincriminatie samenhangt met het zwijgrecht, hetgeen meebrengt dat dit verbod zich niet uitstrekt tot het gebruik in strafzaken van bewijsmateriaal dat weliswaar onder dwang is verkregen, maar bestaat onafhankelijk van de wil van de verdachte (hierna: wilsonafhankelijk materiaal). Uit latere rechtspraak van het EHRM blijkt niet dat het van dit uitgangspunt is teruggekomen. Dit brengt mee dat de verkrijging van wilsonafhankelijk materiaal langs de weg van een ingevolge artikel 5:16 van de Awb of artikel 1:74 van de Wft gedane inlichtingenvordering geen schending van artikel 6 van het EVRM oplevert, ook niet als medewerking aan die inlichtingenvordering wordt afgedwongen via een last onder dwangsom.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef33df38992725c0e889cf8410dd15e0e23eee4eb83e713ddf62e1afc712707a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef33df38992725c0e889cf8410dd15e0e23eee4eb83e713ddf62e1afc712707a, en de alinea staat in dat document op bytes 24331 tot 25324.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ef33df38992725c0e889cf8410dd15e0e23eee4eb83e713ddf62e1afc712707a | shasum -a 256