Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 januari 2018

Onder 6.4 College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 januari 2018

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 januari 2018, ECLI:NL:CBB:2018:3.

Voor zover sprake is van bewijsmateriaal waarvan het bestaan afhankelijk is van de wil van de verstrekker (hierna: wilsafhankelijk materiaal), geldt het volgende. Voorop staat dat de verkrijging van zodanig materiaal mag worden afgedwongen voor toezichtsdoeleinden. Indien niet kan worden uitgesloten dat het materiaal tevens in verband met een “criminal charge” tegen de verstrekker zal worden gebruikt (vgl. EHRM 3 mei 2001, no. 31827/96, ECLI:NL:XX:2001:AN6999, NJ 2003/354 (J.B. tegen Zwitserland), zullen de nationale autoriteiten moeten waarborgen dat de verstrekker van het wilsafhankelijk materiaal zijn recht om niet mee te werken aan zelfincriminatie effectief kan uitoefenen. Aangezien hierop gerichte regelgeving in Nederland ontbreekt, dient naar het oordeel van het College de nationale autoriteit die over de bevoegdheid beschikt om de verkrijging van wilsafhankelijk materiaal af te dwingen, in de vereiste waarborgen te voorzien. Om deze reden dient deze nationale autoriteit een op het vorenstaande gerichte clausulering te verbinden aan een vordering om inlichtingen waarvan dwang uitgaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef33df38992725c0e889cf8410dd15e0e23eee4eb83e713ddf62e1afc712707a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef33df38992725c0e889cf8410dd15e0e23eee4eb83e713ddf62e1afc712707a, en de alinea staat in dat document op bytes 25403 tot 26528.