Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 juli 2018
Onder 4.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 juli 2018
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 juli 2018, ECLI:NL:CBB:2018:343.
5. Het College begrijpt de stelling van appellante dat verweerster haar niet in de gelegenheid heeft gesteld een toelichting te geven, aldus dat zij van mening is dat verweerster ten onrechte ervan heeft afgezien om haar in bezwaar te horen. Daarover overweegt het College als volgt. Het is vaste rechtspraak van het College (zie onder meer de uitspraak van 1 september 2015, ECLI:NL:CBB:2015:325) dat het in artikel 7:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voorziene recht van een belanghebbende om te worden gehoord, een essentieel onderdeel van de bezwaarschriftenprocedure vormt en dat de uitzonderingsmogelijkheden op de hoorplicht restrictief dienen te worden toegepast. Van het horen van een belanghebbende kan, ingevolge artikel 7:3, aanhef en onder b, van de Awb worden afgezien indien het bezwaar kennelijk ongegrond is. Een bezwaar is kennelijk ongegrond indien uit het bezwaarschrift zelf direct blijkt dat het bezwaar ongegrond is en er redelijkerwijs geen twijfel mogelijk is over die conclusie. Naar het oordeel van het College rechtvaardigde hetgeen appellante in bezwaar naar voren heeft gebracht niet die conclusie. Reeds omdat verweerster appellante in bezwaar in de gelegenheid heeft gesteld aan te tonen dat de vennootschap op het moment van ontbinding activiteiten verrichte in het maatschappelijk verkeer en appellante in haar reactie nieuwe stukken heeft overgelegd, kan naar het oordeel van het College niet worden geoordeeld dat er reeds op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over kon bestaan dat hetgeen in bezwaar was aangevoerd niet kon leiden tot een andersluidend besluit. Het College concludeert dan ook dat verweerster in dit geval ten onrechte toepassing heeft gegeven aan artikel 7:3, aanhef en onder b, van de Awb. Het College ziet echter in de omstandigheden van het geval aanleiding dit verzuim te passeren met toepassing van artikel 6:22 van de Awb, omdat niet aannemelijk is geworden dat appellante hierdoor in haar belangen is geschaad. Het College neemt hierbij mede in aanmerking dat appellante in beroep alsnog de mogelijkheid heeft gehad haar standpunt ter zake uitvoerig aan de orde te stellen. Het College ziet wel aanleiding verweerster te gelasten het griffierecht te vergoeden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fff8fff4bc82e059195e97ca6079a1b2db49445927edb79106b54fd9eb8b3900. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fff8fff4bc82e059195e97ca6079a1b2db49445927edb79106b54fd9eb8b3900, en de alinea staat in dat document op bytes 18535 tot 20793.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fff8fff4bc82e059195e97ca6079a1b2db49445927edb79106b54fd9eb8b3900 | shasum -a 256