Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 juli 2018
Onder 6.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 juli 2018
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 juli 2018, ECLI:NL:CBB:2018:343.
Vast staat dat appellante niet tijdig - dat wil zeggen niet binnen de wettelijke termijn die voortvloeit uit artikel 2:19a, vierde lid van het BW en in de voornemenbrief van 27 september 2016 is genoemd - heeft aangetoond dat geen grond bestaat voor verweerster om over te gaan tot ontbinding van de rechtspersoon. Onder verwijzing naar een uitspraak van het College van 5 september 2013 (ECLI:NL:CBB:2013:196) overweegt het College dat het na het verlopen van de termijn om verzuimen te herstellen, alsnog voldoen aan de vereisten, niet kan leiden tot het oordeel dat aan de dwingende termijnbepaling van artikel 2:19a, vierde lid, van het BW voorbij kan worden gegaan. Verweerster was derhalve bevoegd en gehouden appellante te ontbinden, tenzij het voor haar ten tijde van het primaire besluit volstrekt duidelijk was of behoorde te zijn dat de onderneming volop activiteiten verrichtte in het maatschappelijke verkeer. Het College volgt appellante dan ook niet in haar betoog dat het enkel deelnemen aan het economische verkeer reeds voldoende is om de ontbinding ongedaan te maken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fff8fff4bc82e059195e97ca6079a1b2db49445927edb79106b54fd9eb8b3900. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fff8fff4bc82e059195e97ca6079a1b2db49445927edb79106b54fd9eb8b3900, en de alinea staat in dat document op bytes 20892 tot 22006.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fff8fff4bc82e059195e97ca6079a1b2db49445927edb79106b54fd9eb8b3900 | shasum -a 256