Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 januari 2018
Onder 5.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 januari 2018
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 januari 2018, ECLI:NL:CBB:2018:4.
Appellante stelt met haar vijfde grief aan de orde dat de accountantskamer klacht(onderdeel) II ongegrond heeft verklaard zonder inhoudelijke behandeling. De accountantskamer heeft de onder klacht(onderdeel) II aangevoerde verwijten slechts getoetst aan de regel die volgt uit vaste jurisprudentie dat het door een accountant - al dan niet in rechte - innemen van een civielrechtelijk standpunt, behoudens bijzondere omstandigheden, in het kader van de door hem in acht te nemen fundamentele beginselen niet tot een gegrond tuchtrechtelijk verwijt kan leiden. Volgens appellante heeft de accountantskamer daarmee een onjuiste maatstaf gehanteerd die heeft geleid tot een oordeel dat geen oordeel is over de verwijten die appellante betrokkenen heeft gemaakt. De accountantskamer had als autonoom rechtsprekend orgaan dat zelfstandig oordeelt over de aan haar voorgelegde kwesties en daarbij niet gebonden is aan het oordeel van de civiele rechter, zelf dienen te toetsen of betrokkenen tuchtrechtelijk verwijtbaar hebben gehandeld met betrekking tot (de voortzetting van) de auteursrechtinbreuk. Ten aanzien van het verwijt dat [naam 5] heeft gehandeld in strijd met de waarheidsplicht geldt hetzelfde. De accountantskamer had de feiten en omstandigheden moeten beoordelen die appellante ten grondslag heeft gelegd aan het verwijt dat [naam 5] , onder leiding van betrokkenen, de waarheidsplicht heeft geschonden. Appellante meent dat het gelet op artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de artikelen 6 en 9 van de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants betrokkenen niet vrij stond om standpunten in te nemen die innerlijk tegenstrijdig zijn. Zelfs als de door de accountantskamer gehanteerde maatstaf juist was geweest, had de accountantskamer niet tot het oordeel kunnen komen dat de feiten niet tot een gegronde klacht jegens betrokkenen leiden. Er is namelijk wel sprake van bijzondere omstandigheden die een uitzondering vormen op de regel dat het innemen van een civielrechtelijk standpunt door een accountant niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is. Die bijzondere omstandigheden omvatten de situatie dat bewust een onjuist of misleidend standpunt is ingenomen. Dat is in casu het geval, aldus appellante.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/794d3a79c8e5906a0ed1a5dbb33d6069aa1e3489e8a82921425e07447c1474d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 794d3a79c8e5906a0ed1a5dbb33d6069aa1e3489e8a82921425e07447c1474d8, en de alinea staat in dat document op bytes 36237 tot 38491.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/794d3a79c8e5906a0ed1a5dbb33d6069aa1e3489e8a82921425e07447c1474d8 | shasum -a 256