Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 januari 2018

Onder 5.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 januari 2018

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 januari 2018, ECLI:NL:CBB:2018:4.

Betrokkenen menen dat de accountantskamer terecht en gemotiveerd heeft geoordeeld dat klacht(onderdeel) II ongegrond is. Betrokkenen betogen dat appellante niet betwist dat sprake is van een zakelijk geschil tussen appellante en [naam 5] , dat partijen (onder meer) twisten over de vraag of sprake is van onrechtmatig gebruik van vermeende know how en van inbreuk op vermeende auteursrechten en dat tussen partijen hierover een geding aanhangig is bij de civiele rechter. Volgens betrokkenen heeft de accountantskamer terecht kunnen oordelen dat sprake is van handelen van betrokkenen in hun zakelijke betrekkingen dat kan worden aangemerkt als het innemen van een civielrechtelijk standpunt en dat daarom, behoudens bijzondere omstandigheden, geen aanleiding kan geven tot een gegrond tuchtrechtelijk verwijt. De accountantskamer heeft een juiste maatstaf toegepast. Verder zetten betrokkenen uiteen dat de rechtbank Gelderland inmiddels in haar tussenvonnis van 6 juli 2016 heeft geoordeeld dat het vermeende onrechtmatige gebruik van de know how door [naam 5] niet is komen vast te staan en dat met betrekking tot de vermeende inbreuk op auteursrechten, uitgaande van de hypothese dat sprake is van auteursrechten, onvoldoende duidelijk is hoe en door wie en in welke hoedanigheid de software precies is ontwikkeld, hetgeen van belang is om te bepalen of appellante ooit rechthebbende op de software is geweest. Niettemin zou de accountantskamer, als het aan appellante ligt, hierover eveneens een inhoudelijk oordeel moeten geven. Betrokkenen menen dat de accountantskamer niet eenzelfde beoordeling van de vermeende inbreuk op auteursrecht kan maken als de rechtbank Gelderland. Dat is immers niet de taak van de accountantskamer, maar van de civiele rechter. De accountantskamer toetst aan het bij of krachtens de Wet op de Registeraccountants en de Wet op het accountantsberoep bepaalde en niet aan de Auteurswet of andere vergelijkbare regelgeving. Uiteraard kan de accountantskamer onder omstandigheden gewicht toekennen aan het (voorlopig) oordeel van de civiele rechter over een bepaalde kwestie die voor een beoordeling van een tuchtklacht relevant is, maar van een dergelijk oordeel is nog geen sprake, aldus betrokkenen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/794d3a79c8e5906a0ed1a5dbb33d6069aa1e3489e8a82921425e07447c1474d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 794d3a79c8e5906a0ed1a5dbb33d6069aa1e3489e8a82921425e07447c1474d8, en de alinea staat in dat document op bytes 38570 tot 40817.