Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 augustus 2018
Onder 8.4.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 augustus 2018
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 augustus 2018, ECLI:NL:CBB:2018:400.
AFM heeft in dit geval aan het evenredigheidsbeginsel toepassing gegeven door bij het bepalen van de hoogte van de aan [naam 1] opgelegde boetes mede vanwege de door haar aangenomen meerdaadse samenloop (in de zin van artikel 57 Sr) te matigen. Naar het oordeel van het College is AFM terecht uitgegaan van meerdaadse samenloop. [naam 1] kan in zoverre worden gevolgd dat het uitbrengen van het persbericht van 20 juli 2012 en het daarbij achterwege laten van een deel van de relevante koersgevoelige informatie respectievelijk de wijze waarop iets is gezegd over de financiering van het AWW-project als een samenhangend, zich op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex kan worden beschouwd. Tegelijkertijd volgt het College echter AFM in de opvatting dat de strekking van de twee overtreden bepalingen uiteenloopt. De artikelen strekken ter implementatie van twee verschillende richtlijnen, te weten Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (de Transparantierichtlijn) en Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 betreffende de handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (Richtlijn Marktmisbruik) en bevatten, naar AFM terecht aanvoert, respectievelijk een plicht om iets te doen, namelijk het volledig en onverwijld openbaar maken van koersgevoelige informatie (zodat de belegger een geïnformeerde beslissing kan nemen met betrekking tot het aandeel van een onderneming), en een plicht om iets na te laten, namelijk het manipuleren van de koers waardoor de belegger misleid wordt. Daarbij is in dit geval van belang dat, zoals hiervoor in 5.5.7 en 5.5.8 is overwogen, de belegger niet alleen is misleid in de zin van art 5:58, eerste lid, Wft, door het achterwege laten van een relevant deel van de koersgevoelige informatie met betrekking tot het Construction Works Contract, maar ook door het in het persbericht van 20 juli 2012 vermelden van een financieringsplan op een wijze die de suggestie wekte, of in elk geval kon wekken, dat de financiering van het AWW-project rond was en daarmee dat het doorgaan van het contract definitief was. De overtreding van artikel 5:58, eerste lid, Wft steunt dus niet op precies dezelfde feitelijke grondslag als de overtreding van art 5:25i, tweede lid, Wft, maar mede op een bijkomend feit. In het verlengde daarvan valt [naam 1] een afzonderlijk verwijt te maken van de overtreding van art 5:58, eerste lid, Wft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ddc41871a553c6d2636a1ea723d120fb6a070013505078762e5edaed0ca8354e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ddc41871a553c6d2636a1ea723d120fb6a070013505078762e5edaed0ca8354e, en de alinea staat in dat document op bytes 58637 tot 61308.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ddc41871a553c6d2636a1ea723d120fb6a070013505078762e5edaed0ca8354e | shasum -a 256