Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 augustus 2018
Onder 12.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 augustus 2018
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 augustus 2018, ECLI:NL:CBB:2018:401.
Voor wat betreft de in het incidenteel hoger beroep aangevoerde stelling dat de rechtbank ten onrechte geoordeeld heeft, dat de redelijke termijn, waarbinnen zij ingevolge artikel 6 van het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie uitspraak moest doen, is aangevangen op 24 april 2015, overweegt het College dat het aan die stelling voorbij zal gaan omdat [naam 1] bij beoordeling van die stelling geen belang meer heeft, nu binnen vier jaar na de door hem als alternatief gesuggereerde datum van 23 september 2014 uitspraak gedaan wordt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83ea0b73f964ccc178f81b2e0b62a3a56a0696a7e210d6ba5e426a45e74b5010. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83ea0b73f964ccc178f81b2e0b62a3a56a0696a7e210d6ba5e426a45e74b5010, en de alinea staat in dat document op bytes 96408 tot 97081.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/83ea0b73f964ccc178f81b2e0b62a3a56a0696a7e210d6ba5e426a45e74b5010 | shasum -a 256