Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 oktober 2018
Onder 5.11 College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 oktober 2018
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 oktober 2018, ECLI:NL:CBB:2018:522.
Het College komt vervolgens toe aan de vraag of ook op het individuele niveau van appellanten sprake is van een fair balance. Bij de beoordeling of er sprake is van een individuele en buitensporige last moeten, zoals in 5.8 is overwogen, alle omstandigheden worden meegewogen. Bij die beoordeling moet in aanmerking worden genomen dat de keuzes zoals hierboven genoemd tot gevolg hebben dat voor een grote groep bedrijven geldt dat de invoering van het stelsel een (significante) waardevermeerdering inhoudt, zoals ook in de memorie van toelichting is onderkend, vanwege de waarde die aan fosfaatrechten toekomt, omdat deze verhandelbaar zijn. Daarentegen zijn er ook bedrijven die zwaar getroffen kunnen zijn door de gekozen systematiek. De waarde van de fosfaatrechten maakt voor hen dat een tekort aan rechten niet eenvoudig kan worden aangevuld. Dat treft ook bedrijven die, zoals appellanten stellen, vergunningen hebben verkregen voor de start of uitbreiding van het bedrijf en op die basis investeringen hebben gedaan. In die omstandigheden is het College van oordeel, in lijn met het oordeel van het College in de uitspraken van 21 augustus 2018 (onder meer ECLI:NL:CBB:2018:414) en 15 juni 2016 (ECLI:NL:CBB:2016:149), dat de gevolgen niet per se categoriaal op grond van ondernemersrisico voor rekening van bedrijven komen. Bij de afweging of sprake is van een buitensporige last en of in dat geval een vorm van compensatie moet worden geboden, speelt niet alleen de mate waarin een uitzondering wordt gemaakt op de toekenning van fosfaatrechten een rol, maar ook welke alternatieve, flankerende, maatregelen worden geboden. Beperkte voorzieningen en het ontbreken van een overgangstermijn zullen sneller leiden tot de conclusie dat er sprake is van een buitensporige last in het individuele geval. De conclusie dat iemand in het bijzonder geraakt wordt kan daarbij gerechtvaardigd worden door de bijzonder zware financiële last die het gevolg is van de ingevoerde maatregel. Het is naar het oordeel van het College niet op voorhand categoriaal uit te sluiten dat dergelijke omstandigheden op zichzelf, zonder enige compensatie, strijd kunnen opleveren met artikel 1 van het EP. De bijzonderheid kan gelegen zijn in de mate waarin de melkveehouder getroffen wordt en of daarbij de melkveehouder ook privé wordt geraakt. Bij die beoordeling speelt uiteraard wel een rol tot welk verlies de maatregel precies leidt, waarbij de mogelijkheid van alternatieve aanwending onder meer een rol speelt. De bewijslast ligt in beginsel bij appellanten. Daarnaast kunnen andere bijzondere omstandigheden leiden tot het oordeel dat in dat bijzondere geval het niet toekennen van fosfaatrechten of compensatie disproportioneel is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/90a27cdc20f478e4b93a4a46a0fd8485ae92616eb9b4e0fc1243c31e10586e32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 90a27cdc20f478e4b93a4a46a0fd8485ae92616eb9b4e0fc1243c31e10586e32, en de alinea staat in dat document op bytes 47916 tot 50657.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/90a27cdc20f478e4b93a4a46a0fd8485ae92616eb9b4e0fc1243c31e10586e32 | shasum -a 256