Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 oktober 2018

Onder 4.3.7 College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 oktober 2018

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 oktober 2018, ECLI:NL:CBB:2018:526.

Door de rayonverdeling en het verbod van passieve en actieve acquisitie en vanaf 10 april 2002 het verbod van actieve acquisitie is de samenwerking tussen de [naam 23] -franchisenemers via [naam 23] Nederland naar het oordeel van het College een middel tot opdeling van de markt. De bij de samenwerking betrokken wasserijen waren door de afspraak niet vrij om naar eigen inzicht en op eigen wijze bepaalde (geografische) markten te betreden. Het feit dat vanaf 10 april 2002 de marktverdeling niet (meer) absoluut was, omdat het verbod op passieve acquisitie niet meer gold, doet daaraan niet af. Evenmin kan naar het oordeel van het College aan die vaststelling in de weg staan dat sommige wasserijen niet een ‘eigen’ rayon hadden, maar een regio moesten delen, waarbij zij onderling afstemden wie welke klant mocht bedienen. Zij maakten evengoed deel uit van en hadden baat bij de onderlinge verdeling van de markt. Dat sprake was van (een bepaalde vorm van) marktverdeling staat als zodanig tussen partijen ook niet ter discussie. Bestaande en potentiële onderlinge concurrentie tussen de [naam 23] -franchisenemers werd daarmee uitgeschakeld althans - vanaf 10 april 2002 - beperkt. De [naam 23] -wasserijen onderkennen dat in hun processtukken, waarin zij uitleggen wat de achtergrond (“nut en noodzaak”) is van de rayonnering, te weten het tegengaan van intrabrand ofwel onderlinge concurrentie. Wat er ook zij van de daarvoor door de wasserijen aangevoerde pro-competitieve redenen - het bevorderen van interbrand concurrentie en het oplossen van een meeliftprobleem - de samenwerking had daardoor (mede) tot doel - en partijen beoogden dat dus ook - het uitschakelen of beperken van de onderlinge concurrentie door middel van het verdelen van de markt. Dergelijke afspraken worden uitdrukkelijk door artikel 101, eerste lid, van het VWEU benoemd als onverenigbaar met de interne markt en zijn als zodanig verboden. Van een atypische of complexe vorm van een overeenkomst is naar het oordeel van het College geen sprake, ook niet als de rayonneringsafspraken in het bredere verband van de samenwerking tussen de [naam 23] -franchisenemers wordt geplaatst. Het voorgaande laat onverlet dat de door de [naam 23] -wasserijen aangevoerde pro-competitieve omstandigheden een rol kunnen spelen bij de beoordeling van hun beroep op een vrijstelling ingevolge artikel 6, derde lid, van de Mw en artikel 101, derde lid, van het VWEU (zie hierna onder 6.3.1).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4241bd46b830d6b02248acf985b8afc31ab438c5196fcd902d343468f88bbe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4241bd46b830d6b02248acf985b8afc31ab438c5196fcd902d343468f88bbe, en de alinea staat in dat document op bytes 58461 tot 60939.