Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 oktober 2018

Onder 6.3.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 oktober 2018

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 oktober 2018, ECLI:NL:CBB:2018:526.

Ter zitting van het College hebben de [naam 23] -wasserijen nader gesteld dat zij menen dat de franchiseovereenkomsten wat betreft vorm en inhoud voldeden aan de vereisten voor toepasselijkheid van de toenmalige Verordening (EEG) Nr. 4087/88 van de Commissie van 30 november 1988 inzake de toepassing van artikel 85, lid 3, van het Verdrag op groepen franchiseovereenkomsten, die per 1 januari 2000 is opgevolgd door Verordening (EG) Nr. 2790/1999 van de Commissie van 22 december 1999 betreffende de toepassing van artikel 81, lid 3, van het Verdrag op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen. Zij betogen dat zij er steeds van overtuigd zijn geweest dat sprake is van een verticale verhouding tussen [naam 23] Nederland (als franchisegever) en de aangesloten wasserijen (als franchisenemers), dat zij zich bewust hebben getoond van de (veranderende) mededingingswetgeving en daaraan hebben gepoogd te voldoen, en dat binnen [naam 23] Nederland daadwerkelijk ontwikkeling van knowhow heeft plaatsgevonden. De [naam 23] -wasserijen hebben eveneens betoogd dat sprake was van een franchiseformule die alle door de Europese Commissie in de richtsnoeren inzake verticale beperkingen (Bekendmaking van de Commissie 2000/C 291/01) omschreven elementen bevat en tevens voldoet aan de in artikel 1, derde lid onder b, van de hiervoor genoemde Verordening 4087/88 neergelegde definitie van franchiseovereenkomst. Daartoe hebben zij onder meer erop gewezen dat (i) [naam 23] Nederland een eigen handelsnaam en beeldmerk had dat door de franchisenemers gemeenschappelijk werd uitgedragen; (ii) [naam 23] Nederland haar franchisenemers knowhow, neergelegd in diverse handboeken, bood voor het gebruik en de distributie van textielproducten en -diensten; (iii) [naam 23] Nederland haar franchisenemers commerciële en technische bijstand bood; (iv) [naam 23] Nederland haar franchisenemers uniforme producten en diensten bood; (v) [naam 23] -franchisenemers aan [naam 23] Nederland een franchisevergoeding betaalden voor het gebruik van de [naam 23] -naam en de [naam 23] -expertise; en (vi) [naam 23] Nederland haar franchisenemers alleenverkoop bood ter bevordering van interbrand concurrentie en ter voorkoming van meeliften.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4241bd46b830d6b02248acf985b8afc31ab438c5196fcd902d343468f88bbe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4241bd46b830d6b02248acf985b8afc31ab438c5196fcd902d343468f88bbe, en de alinea staat in dat document op bytes 91277 tot 93546.