Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 oktober 2018

Onder 6.3.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 oktober 2018

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 oktober 2018, ECLI:NL:CBB:2018:526.

Het College is verder met de rechtbank van oordeel dat de [naam 23] -wasserijen hun beroep op een individuele vrijstelling krachtens artikel 6, derde lid, van de Mw en artikel 101, derde lid, van het VWEU, onvoldoende hebben onderbouwd. Niet aannemelijk is geworden dat de afspraak onmisbaar was voor het kunnen realiseren van de door de [naam 23] -wasserijen gestelde efficiëntieverbeteringen. Het College neemt daarbij in aanmerking dat, zoals de Bezwaaradviescommissie ook heeft opgemerkt, de onmisbaarheid van de afspraak zich moeilijk laat rijmen met de stellingen van de [naam 23] -wasserijen dat zij zich in de praktijk niet veel gelegen hebben laten liggen aan de rayonneringsafspraken en dat die afspraken, gelet op de marktomstandigheden, geen effect kunnen hebben gehad op de mededinging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4241bd46b830d6b02248acf985b8afc31ab438c5196fcd902d343468f88bbe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4241bd46b830d6b02248acf985b8afc31ab438c5196fcd902d343468f88bbe, en de alinea staat in dat document op bytes 94272 tot 95085.