Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 oktober 2018
Onder 7.1.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 oktober 2018
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 oktober 2018, ECLI:NL:CBB:2018:526.
[naam 14] betoogt dat zij uit het boeterapport mocht afleiden dat ACM alleen de vennootschap [naam 12] B.V. die op 29 april 2004 was opgericht en op dat moment actief was verdacht van een overtreding van de mededingingsregels. ACM heeft in het bestreden besluit miskend dat op haar de verplichting rust om in het boeterapport op ondubbelzinnige wijze de rechtspersoon te vermelden waaraan eventueel een geldboete zal worden opgelegd en daarbij ook aan te geven in welke hoedanigheid de onderneming de gestelde gedragingen wordt verweten. Uit het rapport mocht [naam 14] afleiden dat de aansprakelijkheid van Stichting Administratiekantoor [naam 12] B.V. en [naam 13] Holding B.V. door ACM werd aangenomen vanwege de hoedanigheid van deze vennootschappen van, respectievelijk, moedermaatschappij en houdstermaatschappij van de op 29 april 2004 opgerichte vennootschap [naam 12] B.V. Echter, in het primaire besluit heeft ACM de juridische entiteit die feitelijk het kartelverbod heeft overtreden uitgebreid naar eveneens [naam 13] Holding B.V., die tot 29 april 2004 opereerde onder de naam [naam 12] B.V. Die uitbreiding is in strijd met het uitgangspunt dat het boeterapport de buitengrens vormt van de boeteprocedure zoals het College in zijn uitspraak van 22 november 2004 (ECLI:NL:CBB:2004:AR6034) heeft omschreven. Nu [naam 14] er na kennisneming van het boeterapport van mocht uitgaan dat ACM alleen een redelijk vermoeden had van een overtreding van de mededingingsregels door [naam 12] B.V. (nieuw) voor de periode 29 april 2004 tot 8 april 2008, is het aanmerken in het uiteindelijke primaire besluit van [naam 12] B.V. (nieuw) en [naam 13] Holding B.V. als feitelijke overtreders een schending van de rechtswaarborgen die artikel 59 van de Mw biedt. Als ACM in het boeterapport met [naam 12] B.V. (mede) heeft gedoeld op [naam 13] Holding B.V., geldt dat de overtreding bij de herstructurering van [naam 13] Holding B.V. tot houdstermaatschappij op 29 april 2004 eindigde. Dat betekent dat de bevoegdheid om een boete op te leggen conform artikel 5:45, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is verjaard. Bovendien onderbouwt ACM de betrokkenheid van [naam 13] Holding B.V. bij de overtreding onvoldoende door te volstaan met de stelling dat [naam 13] Holding B.V. de franchiseovereenkomsten heeft gesloten en aandeelhouder was in [naam 23] Nederland.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4241bd46b830d6b02248acf985b8afc31ab438c5196fcd902d343468f88bbe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4241bd46b830d6b02248acf985b8afc31ab438c5196fcd902d343468f88bbe, en de alinea staat in dat document op bytes 95500 tot 97899.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1e4241bd46b830d6b02248acf985b8afc31ab438c5196fcd902d343468f88bbe | shasum -a 256