Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 oktober 2018
Onder 7.3.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 oktober 2018
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 oktober 2018, ECLI:NL:CBB:2018:526.
Het College is met ACM van oordeel dat - hoewel het boeterapport en het primaire besluit hier duidelijker over hadden kunnen zijn - er bij het uitbrengen van het boeterapport voor [naam 13] Holding B.V. geen twijfel over kon bestaan dat zij door ACM als vermoedelijke overtreder van artikel 6, eerste lid, van de Mw werd aangemerkt. Uit het boeterapport blijkt duidelijk waaruit die overtreding bestaat, namelijk betrokkenheid bij een overeenkomst met een mededingingsbeperkende strekking. Die verweten overeenkomst is tot stand gekomen vóór het bestaan van de huidige vennootschap met de naam [naam 12] B.V., terwijl [naam 13] Holding B.V., bij het sluiten van de litigieuze overeenkomst, diezelfde naam droeg. Uit het rapport blijkt dus dat [naam 13] Holding B.V. (het toenmalige [naam 12] B.V.) de verboden overeenkomst is aangegaan en aldus (mede) als overtreder heeft te gelden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4241bd46b830d6b02248acf985b8afc31ab438c5196fcd902d343468f88bbe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4241bd46b830d6b02248acf985b8afc31ab438c5196fcd902d343468f88bbe, en de alinea staat in dat document op bytes 99196 tot 100095.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1e4241bd46b830d6b02248acf985b8afc31ab438c5196fcd902d343468f88bbe | shasum -a 256