Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 oktober 2018
Onder 9.1.4 College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 oktober 2018
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 oktober 2018, ECLI:NL:CBB:2018:526.
[naam 14] voert verschillende redenen aan waarom de aan haar opgelegde boete dient te worden gematigd. Ten eerste stelt zij zich op het standpunt dat ACM niet heeft onderbouwd op welke wijze zij tot een boete van € 159.000,- is gekomen. [naam 14] heeft in beroep aan de hand van een accountantsverklaring betoogd dat zij niet over voldoende middelen beschikt om de opgelegde boete te voldoen en dat handhaving van de boete waarschijnlijk zal leiden tot liquidatie van de onderneming. In het bestreden besluit heeft ACM ook geen oog gehad voor de gevolgen met betrekking tot de pensioenvoorziening van de directeur-grootaandeelhouder (dga). Daarop rust nog een belastingclaim, die zal worden geëffectueerd in geval van voortijdige uitkering dan wel beëindiging. Ten tweede wijst [naam 14] erop dat zij niet langer actief is op de wasserijmarkt. Gelet daarop meent [naam 14] dat bij het eventueel opleggen van een boete alleen generale preventie een gerechtvaardigde doelstelling zou kunnen zijn. De hoogte van de thans opgelegde boete en de gevolgen daarvan voor [naam 14] staan echter in geen verhouding tot het doel van generale preventie. Ten derde is [naam 14] van mening dat zij slechts een beperkte rol heeft gespeeld. ACM heeft niet aangetoond dat [naam 14] betrokken is geweest bij de effectuering van de afspraken in [naam 23] -verband. [naam 14] had een passieve en ondergeschikte rol en deed er, mede door haar beperkte omvang, niet echt toe. Een dusdanig beperkte rol dient volgens [naam 14] te leiden tot een aanzienlijke verlaging of zelfs nihil-stelling van de boete. Ten vierde is naar de mening van [naam 14] de verlaging met 30% van de boete wegens de extra procedurele stappen omtrent het aanvullend rapport en de uitkomst daarvan in combinatie met de totale duur van de bezwaarprocedure, onvoldoende. Daarnaast zijn er door toedoen van ACM significante ongeregeldheden geweest met betrekking tot het dossier en een te plannen hoorzitting voorafgaand aan het nemen van het primaire besluit. [naam 14] is daarbij in de belangen van haar verdediging geschaad. Ten slotte stelt [naam 14] zich onder verwijzing naar haar vorige beroepsgrond op het standpunt dat de overtreding niet aan [naam 13] Holding B.V. kan worden toegerekend, zodat de boete moet worden beperkt tot de overtreding van [naam 12] B.V. in de periode van 29 april 2004 tot 8 april 2008.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4241bd46b830d6b02248acf985b8afc31ab438c5196fcd902d343468f88bbe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4241bd46b830d6b02248acf985b8afc31ab438c5196fcd902d343468f88bbe, en de alinea staat in dat document op bytes 115244 tot 117642.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1e4241bd46b830d6b02248acf985b8afc31ab438c5196fcd902d343468f88bbe | shasum -a 256