Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 oktober 2018
Onder 3.3.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 oktober 2018
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 oktober 2018, ECLI:NL:CBB:2018:526.
Het College stelt voorop dat tussen partijen niet in geschil is dat in de afzonderlijke franchiseovereenkomsten uit 1991 en de vernieuwde versie uit 2003, die zijn gesloten tussen (de rechtsvoorgangers van) de [naam 23] -wasserijen (als franchisenemers) en [naam 23] Nederland (als franchisegever), en de daarvan onderdeel uitmakende compilatie van besluiten van de vergadering van aandeelhouders van [naam 23] Nederland, rayonneringsafspraken waren opgenomen zoals hiervoor onder 1.8 omschreven. Met ACM ziet het College niet in dat hetgeen is neergelegd in de compilatie van besluiten niet integraal onderdeel uitmaakte van de afspraken. De stelling van [naam 1] dat er ook voor 10 april 2002 geen aanvullend verbod op passieve acquisitie heeft gegolden, gaat dan ook niet op. Het College stelt vast dat eenzelfde rayonverdeling en het verbod van actieve acquisitie tevens zijn opgenomen in de op 26 november 2008 tussen [naam 1] , [naam 8] en [naam 9] ondertekende samenwerkingsovereenkomst die de franchiseovereenkomsten heeft vervangen. De [naam 23] -wasserijen hebben de betreffende overeenkomsten getekend en werden geacht zich daaraan, en dus aan de afspraak, te houden. Uit de stukken blijkt niet, en partijen hebben dat ook niet aangevoerd, dat de [naam 23] -wasserijen zich op enig moment publiekelijk - in elkaars aanwezigheid - en in duidelijke bewoordingen van de afspraak hebben gedistantieerd (vergelijk het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof van Justitie) van 7 januari 2004 in de zaken C-204/00 e.a., Aalborg Portland , ECLI:EU:C:2004:6, overweging 81 e.v.). De omstandigheid dat de [naam 23] -wasserijen in meer of mindere mate en in weerwil van de afspraak met elkaar hebben geconcurreerd, doet aan hun betrokkenheid bij de afspraak niet af. Het College merkt in dat verband overigens op dat ACM in het primaire besluit en het bestreden besluit, onder verwijzing naar de relevante stukken in het dossier, verschillende voorbeelden heeft genoemd waaruit blijkt dat partijen zich aan de afspraak hielden en tevens elkaar aanspraken op naleving van de afspraak. Het College volstaat op deze plaats met een verwijzing naar het dossier waaruit bijvoorbeeld blijkt dat [naam 9] in 1999 een viertal offerteaanvragen van potentiële klanten die waren gevestigd in het verzorgingsgebied van een andere [naam 23] -franchisenemer, om die reden aan de betreffende [naam 23] -franchisenemer heeft doorgestuurd. In zoverre is van een dode letter geen sprake.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4241bd46b830d6b02248acf985b8afc31ab438c5196fcd902d343468f88bbe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4241bd46b830d6b02248acf985b8afc31ab438c5196fcd902d343468f88bbe, en de alinea staat in dat document op bytes 22864 tot 25398.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1e4241bd46b830d6b02248acf985b8afc31ab438c5196fcd902d343468f88bbe | shasum -a 256