Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 oktober 2018

Onder 4.1.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 oktober 2018

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 oktober 2018, ECLI:NL:CBB:2018:526.

Volgens [naam 1] berust het oordeel van de rechtbank dat de [naam 23] -rayonnering een mededingingsbeperkende strekking heeft op een verkeerd begrip van de door de rechtbank aangehaalde Europese jurisprudentie. Teneinde rechtsgeldig de conclusie te mogen trekken dat een afspraak of gedraging strekt tot beperking van de mededinging, is nodig dat ACM een feitelijk en economisch onderzoek verricht naar de context van de gedraging. Bij dat onderzoek dient ACM rekening te houden met de doelstellingen van de betrokken ondernemingen en de wijze waarop die ondernemingen op de markt opereren, bezien in het licht van de betrokken producten en diensten, de marktstructuur en de werkelijke omstandigheden waarin de markt functioneert. In het arrest van 11 september 2014, zaak C-67/13 P, Cartes Bancaires , ECLI:EU:C:2014:2204, heeft het Hof van Justitie benadrukt dat het begrip ‘mededingingsbeperkende strekking’ restrictief geïnterpreteerd dient te worden om te voorkomen dat een mededingingsautoriteit zou worden ontslagen van haar verplichting om de concrete effecten op de markt aan te tonen van overeenkomsten waarvan niet is bewezen dat zij naar hun aard zelf schadelijk zijn voor de goede werking van de normale mededinging. Het essentiële juridische criterium om uit te maken of een coördinatie tussen ondernemingen een mededingingsbeperkende strekking heeft, valt samen met de vraag of die coördinatie op zich de mededinging in voldoende mate aantast. Die toets heeft de rechtbank niet uitgevoerd. De rechtbank heeft verwezen naar het arrest van het Hof van Justitie van 20 januari 2016, zaak C-373/14 P, Toshiba , ECLI:EU:C:2016:26, en daaruit afgeleid dat voor marktverdelingsafspraken een zeer lage bewijsstandaard geldt waardoor volstaan kan worden met een beperkt contextonderzoek. Volgens [naam 1] is het feitencomplex dat hier aan de orde is, evenwel volstrekt onvergelijkbaar met dat in Toshiba . Anders dan het zuivere marktverdelings- en aanbestedingskartel in Toshiba , stond de [naam 23] -rayonnering in een breder, legitiem kader. Dat kader was de [naam 23] -formule. Primair stelt [naam 1] zich op het standpunt dat [naam 23] een verticaal franchiseverband vormde, subsidiair was [naam 23] ten minste een al dan niet horizontaal samenwerkingsverband dat zich richtte op onderzoek en ontwikkeling met als doel innovaties ten behoeve van de klant te realiseren en de interbrand concurrentie aan te gaan met landelijke spelers. [naam 23] Nederland voldeed aan alle kenmerken van een echte franchiseformule: een eigen handelsnaam en beeldmerk; knowhow die tegen betaling van een franchisevergoeding aan franchisenemers werd aangeboden voor het gebruik en de distributie van textielproducten en -diensten; commerciële en technische bijstand; uniforme producten en diensten; en alleenverkoop ter bevordering van interbrand concurrentie en ter voorkoming van meeliften. De franchisenemers van [naam 23] Nederland waren kleine, regionale wasserijen die met de verworvenheden van de destijds succesvolle franchiseformule effectief konden concurreren met de ‘grote jongens’ zoals [naam 24] , [naam 28] en [naam 29] . Het doel van de rayonnering was dan ook concurrentiebevorderend: de verplichting om zich te concentreren op het eigen rayon leverde een nieuw sterk merk op dat steeds beter de felle interbrand concurrentie met de gevestigde orde aankon. Volgens [naam 1] mag ACM de rayonnering niet isoleren van de totale franchiseformule en hetgeen met die formule als geheel werd beoogd. Voorts bood de [naam 23] -rayonnering in ieder geval na 10 april 2002 geen absolute gebiedsbescherming. Passieve verkopen waren na die datum in elk geval volledig vrij. Het overgrote deel van de door [naam 1] in de relevante periode behaalde omzet komt voort uit passieve verkoop. Ook om die reden is de rayonnering volstrekt niet te vergelijken met een klassieke marktverdeling. Verder wijst [naam 1] erop dat [naam 23] Nederland, en daarmee tevens de rayonnering functioneerde in de volledige openbaarheid en niet heimelijk. In de restrictieve uitleg van het begrip mededingingsbeperkende strekking die het Hof van Justitie voorstaat, is voor [naam 1] duidelijk dat de [naam 23] -rayonnering niet gelijkgesteld kan worden aan het evidente heimelijke kartel dat het voorwerp was van de beschikking die aanleiding gaf tot het wijzen van het Toshiba -arrest. Dit betekent dat ACM wel degelijk een volledig contextonderzoek à la Cartes Bancaires had moeten uitvoeren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4241bd46b830d6b02248acf985b8afc31ab438c5196fcd902d343468f88bbe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4241bd46b830d6b02248acf985b8afc31ab438c5196fcd902d343468f88bbe, en de alinea staat in dat document op bytes 26807 tot 31506.