Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 oktober 2018

Onder 4.1.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 oktober 2018

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 oktober 2018, ECLI:NL:CBB:2018:526.

[naam 1] betoogt dat naast toepassing van het Toshiba -arrest op een volledig onvergelijkbare casus sprake is van nog een tweede dwaling van de rechtbank in het kader van de vaststelling van de mededingingsbeperkende strekking van de verweten gedraging. Volgens [naam 1] is de besluitvorming van ACM niet gebaseerd op (zorgvuldig en gedegen) onderzoek naar de wasserijmarkt en de wijze waarop deze markt functioneert. De beschrijving door ACM is onvolledig en gebrekkig en toont aan dat zij onvoldoende oog heeft gehad voor de karakteristieken van de textielreinigingsmarkt. Het door ACM verrichte onderzoek - dat feitelijk alleen maar bestaat uit een niet-representatieve enquête uit 2010 - kan niet worden aangemerkt als een beperkte contextanalyse. Een deugdelijke onderbouwing van haar standpunt dat de markt nationaal was, heeft ACM niet geleverd en ook naar de concurrentiestelling door zorginstellingen heeft ACM geen deugdelijk onderzoek verricht. ACM toont daardoor niet aan in welke gebieden de [naam 23] -franchisenemers concurrentiedruk op elkaar konden uitoefenen en in welke mate. ACM heeft volstaan met het definiëren van de actieradius van een ‘wasserij’ als 50-150 kilometer en vervolgens geconstateerd dat steeds minimaal twee [naam 23] -franchisenemers met elkaar konden concurreren. De rechtbank heeft geoordeeld dat ACM daarmee kon volstaan, omdat voor de overlappende gebieden gold dat de concurrentie door het verbod op actieve en passieve acquisitie en later door het verbod op actieve acquisitie werd beperkt. Volgens [naam 1] is daarmee echter niet aangetoond (i) hoe groot die overlappende verzorgingsgebieden waren, (ii) hoeveel en welke klanten zich daarin bevonden (en - minstens zo belangrijk - hoeveel en welke klanten dus niet) en (iii) welk percentage van de tussen minimaal twee [naam 23] -franchisenemers betwistbare klanten concurrentiestelling organiseerde (en dus via passieve acquisitie betwistbaar was). [naam 1] heeft op haar beurt, onder overlegging van een rapport van RBB Economics, gemotiveerd onderbouwd dat sprake is van een biedmarkt, waarop ook zonder aanbesteding voldoende concurrentiestelling of dreiging van concurrentie bestaat, omdat zorginstellingen zich in de inkoop actief opstellen en actief prijzen vergelijken. Op een dergelijke markt is een verbod op enkel actieve acquisitie niet concreet geschikt om de mededinging te beperken. ACM heeft niet aangetoond dat dat wel het geval zou zijn, aldus [naam 1] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4241bd46b830d6b02248acf985b8afc31ab438c5196fcd902d343468f88bbe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4241bd46b830d6b02248acf985b8afc31ab438c5196fcd902d343468f88bbe, en de alinea staat in dat document op bytes 31597 tot 34129.