Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 oktober 2018

Onder 4.2.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 oktober 2018

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 oktober 2018, ECLI:NL:CBB:2018:526.

ACM moest onderzoeken of de afspraak de mededinging in voldoende mate verstoorde. Dit contextonderzoek mocht minder diepgravend of in de woorden van advocaat-generaal Wathelet in zijn conclusie van 25 juni 2015, zaak C-373/14 P, Toshiba , ECLI:EU:C:2015:427, ‘marginaal’ zijn in geval van een in artikel 101, eerste lid, van het VWEU genoemde categorie overeenkomst. Slechts indien geen sprake is van een dergelijke categorie of in geval van een atypische of complexe vorm van een overeenkomst zal de economische en juridische context diepgaander moeten worden onderzocht. ACM heeft gelet op de aard van de afspraken dan ook voldoende onderzoek gedaan. De [naam 23] -franchisenemers beoogden met de afspraak hun rayons te beschermen. Het contextonderzoek diende uitsluitend in kaart te brengen of deze concrete afspraak de mededinging in voldoende mate kon beperken. Daarvoor was voldoende dat ACM dat onderzoek deed waarmee een beeld werd verkregen van het voor de afspraken relevante concurrentieveld en de specifieke actoren binnen dat veld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4241bd46b830d6b02248acf985b8afc31ab438c5196fcd902d343468f88bbe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4241bd46b830d6b02248acf985b8afc31ab438c5196fcd902d343468f88bbe, en de alinea staat in dat document op bytes 38724 tot 39820.