Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 april 2018
Onder 3.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 april 2018
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 april 2018, ECLI:NL:CBB:2018:99.
“ Volgens vaste jurisprudentie van de Accountantskamer is het niet verenigbaar met de eisen van een behoorlijke tuchtprocesorde, dat een klager een klacht die haar grondslag vindt in een bepaald feitencomplex, bij de tuchtrechter indient, terwijl dit feitencomplex reeds ten tijde van een eerdere door deze klager ingediende klacht bij hem bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn. Verder brengen eisen van een behoorlijke tuchtprocesorde met zich dat een klager zoveel mogelijk zijn klachten tegen een accountant tegelijk in één tuchtprocedure aanhangig maakt, althans dat klager voorafgaand aan de mondelinge behandeling van een eerder ingediende klacht zijn overige klachten over hem bekend zijnd handelen of nalaten van de betrokken accountant heeft ingediend, in welk geval het aan de Accountantskamer is om de nieuwe klacht al dan niet te voegen met de reeds ingediende klacht. Anders dan klaagster kennelijk veronderstelt is voor de toepasselijkheid van het beginsel van concentratie van klachten niet vereist dat het bij beide klachten om hetzelfde feitencomplex gaat, zij het dat in geval van hetzelfde feitencomplex dit beginsel zich nog dwingender voordoet.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9f8fbb9884ab88c9958f4f6c10745ae112bb7646e0a9c6e9ac151c10242698d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9f8fbb9884ab88c9958f4f6c10745ae112bb7646e0a9c6e9ac151c10242698d, en de alinea staat in dat document op bytes 11922 tot 13122.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e9f8fbb9884ab88c9958f4f6c10745ae112bb7646e0a9c6e9ac151c10242698d | shasum -a 256