Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 maart 2019
Onder 4.5 College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 maart 2019
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 maart 2019, ECLI:NL:CBB:2019:105.
Ook ziet het College in hetgeen appellante heeft aangevoerd geen grond voor het oordeel dat het besluit van verweerder om artikel 4:6, tweede lid, van de Awb toe te passen, evident onredelijk is. Daarbij is van belang dat appellante behoorde te weten dat zij de urenstaten binnen drie maanden na afloop van het jaar waarop de S&O-verklaringen betrekking hebben, had moeten aanleveren. Niet alleen staat dit in de van toepassing zijnde wet- en regelgeving, maar ook in de besluiten van 14 februari 2013 en 23 juli 2013 die, zoals ter zitting namens appellante is bevestigd, door haar zijn ontvangen. Appellante heeft ook geen (andere) bijzondere feiten of omstandigheden gesteld die maken dat verweerder het verzoek van appellante om herziening inhoudelijk had moeten beoordelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf7a463fce1233298097611e26e8ff24a89f91be650d0960c57ecd2ec511c209. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf7a463fce1233298097611e26e8ff24a89f91be650d0960c57ecd2ec511c209, en de alinea staat in dat document op bytes 13378 tot 14176.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cf7a463fce1233298097611e26e8ff24a89f91be650d0960c57ecd2ec511c209 | shasum -a 256