Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 april 2019

Onder 9.1.1. College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 april 2019

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 april 2019, ECLI:NL:CBB:2019:150.

[naam 1] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de wilsovereenstemming tussen haar en [naam 4] zoals die uit de overeenkomst blijkt, gericht was op het maken van mededingingsbeperkende afspraken. Daartoe wijst [naam 1] ten eerste op de ingewikkelde context met allerlei tegenstrijdige belangen waarin de overeenkomst tussen haar en [naam 4] in allerijl en zonder adequate juridische begeleiding tot stand is gekomen. Die context is als volgt. [naam 3] heeft na een heftig conflict met [naam 4] medio 2007 tevergeefs getracht [naam 4] met een beroep op haar non-concurrentiebeding uit haar organisatie te zetten. Kort daarop ontstond in het kader van een contractovername door [naam 1] in Capelle aan den IJssel als gevolg van een faillissement, de noodzaak tot een samenwerking tussen [naam 1] en [naam 4] voor de uitvoering van dat contract. Voor [naam 1] was de situatie gecompliceerd. Enerzijds moest zij rekening houden met de wens en de lopende gesprekken tussen [naam 3] en [naam 4] om het lidmaatschap van [naam 4] te beëindigen en met het non-concurrentiebeding van [naam 3] met [naam 4] . Anderzijds kon [naam 1] , om het contract in Capelle aan den IJssel meteen te kunnen overnemen, niet om [naam 4] heen. [naam 1] wilde ook niet per se [naam 4] buitensluiten. Een dochtermaatschappij van [naam 1] was samen met [naam 4] op 1 januari 2007 een gezamenlijke dochteronderneming gestart voor de exploitatie van Wmo-vervoer in Capelle aan den IJssel en [naam 1] wilde die samenwerking niet op het spel zetten. In die ingewikkelde context heeft [naam 1] in de overeenkomst toegezegd aan [naam 4] dat zij richting [naam 3] een bemiddelende rol zal spelen. Om de leden van [naam 3] tevreden te stellen wordt tevens een schijnbare marktverdeling op papier gezet. In feite was daarbij wel sprake van wilsovereenstemming, maar die zag niet op een marktverdeling. In zoverre was sprake van wederzijds bedrog door [naam 1] en [naam 4] van [naam 3] en haar leden. De overeenkomst leidde ertoe dat [naam 4] vrijwillig [naam 3] heeft verlaten en dat [naam 1] het leerlingenvervoer voor Capelle aan den IJssel per direct zou overnemen. Een week na ondertekening van de overeenkomst, toen de lucht grotendeels was geklaard, hebben [naam 4] en [naam 3] in een gezamenlijke verklaring aangegeven dat zij niet uitsluiten elkaar in de toekomst te beconcurreren. De schijn van een marktverdeling ten behoeve van [naam 3] was daarmee weer weggenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10ea4efb79f983f843f8bae9235421aa6a78cea7e7bd297449c69189a4f977be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10ea4efb79f983f843f8bae9235421aa6a78cea7e7bd297449c69189a4f977be, en de alinea staat in dat document op bytes 87989 tot 90473.