Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 april 2019

Onder 9.2.1. College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 april 2019

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 april 2019, ECLI:NL:CBB:2019:150.

ACM betoogt in de kern dat de bewoordingen van de artikelen 8 tot en met 11 van de overeenkomst duidelijk zijn: [naam 1] en [naam 4] hebben afspraken gemaakt over de onderlinge concurrentieverhoudingen. Uit de inhoud van de bepalingen en de wijze waarop de overeenkomst tot stand is gekomen kan niet anders worden afgeleid dan dat [naam 1] en [naam 4] het oogmerk hadden de markt onderling te verdelen. Het oogmerk van partijen blijkt ook duidelijk uit verklaringen van betrokkenen van [naam 4] en [naam 1] . Gezien de aanbestedingscontext was de marktverdeling bij uitstek geschikt om de mededinging tussen [naam 1] en [naam 4] , die met elkaar concurreerden op het gebied van contractueel taxivervoer in de regio Rotterdam, te beperken. In die context moet volgens ACM worden geconcludeerd dat de afspraken een strekkingsbeperking vormen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10ea4efb79f983f843f8bae9235421aa6a78cea7e7bd297449c69189a4f977be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10ea4efb79f983f843f8bae9235421aa6a78cea7e7bd297449c69189a4f977be, en de alinea staat in dat document op bytes 92552 tot 93405.