Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 april 2019

Onder 11.3.6. College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 april 2019

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 april 2019, ECLI:NL:CBB:2019:150.

Het College leidt vervolgens uit de gedingstukken af dat ACM rekening heeft willen houden met de vergelijkbaarheid en de gedeeltelijke samenloop in de tijd van de overtreding in deze zaak en die in de zaak [naam 11] . Dat heeft ACM gedaan door bij de berekening van de boetes van [naam 1] de boetegrondslag vast te stellen op 5% van de betrokken omzet in plaats van - de op grond van de Boetebeleidsregels gebruikelijke - 10%. Die keuze maakt op zichzelf echter geen verschil voor de hoogte van de aan [naam 1] op te leggen boetes. In deze zaak is de betrokken omzet van [naam 1] volgens ACM (en door [naam 1] als zodanig - dat wil zeggen afgezien van de andere beroepsgronden - niet bestreden) € 52.391.714,-. De boetegrondslag (5%) is daarmee € 2.619.585,- (waar een boetegrondslag van 10% zou neerkomen op € 5.239.171,-). Vermenigvuldigd met de toepasselijke ernstfactor (3) komt dat neer op een (basis)boete van € 7.858.755,- (waar dat bij een boetegrondslag van 10% € 15.717.514,- zou zijn geweest). Dat is (beide) meer dan het voor [naam 1] geldende boetemaximum. Bij het primaire besluit heeft ACM aan [naam 1] dan ook een boete van € 4.564.000,- opgelegd. Uit het bestreden besluit blijkt dat ACM in verband met de (te) lange duur van de procedure (zie hierna onder 12.4) de boete heeft willen verlagen met € 15.000,-. Om niet duidelijke redenen heeft ACM de boete vervolgens echter vastgesteld op € 4.018.000,-. In de zaak [naam 11] is de betrokken omzet van [naam 1] zoals door het College uit de gedingstukken in die zaak afgeleid € 40.157.572,-. De boetegrondslag (5%) is daarmee € 2.007.878,- (waar een boetegrondslag van 10% zou neerkomen op € 4.015.757,-). Vermenigvuldigd met de toepasselijke ernstfactor (2,5) komt dat neer op een (basis)boete van € 5.019.696,- (waar dat bij een boetegrondslag van 10% € 10.039.393,- zou zijn geweest). Ook dat is (beide) meer dan het voor [naam 1] geldende boetemaximum. Het is bovendien meer dan de in het primaire besluit in die zaak door ACM vastgestelde boete van € 3.741.000,- (die is gebaseerd op een - onjuiste - door ACM gehanteerde betrokken omzet van € 29.932.792). In het bestreden besluit in die zaak wordt de betrokken omzet door ACM - overigens wederom foutief - gecorrigeerd, maar dat leidt vanwege het verbod van reformatio in peius niet tot een wijziging van het boetebedrag. De in het primaire besluit in die zaak opgelegde boete is bij het bestreden besluit in die zaak wel nog verlaagd met € 15.000,- in verband met de (te) lange duur van de procedure, zodat uiteindelijk een boete van € 3.726.000 blijft staan. Aldus heeft ACM feitelijk voor de overtredingen in beide zaken boetes opgelegd tot een totaal van € 7.744.000,-

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10ea4efb79f983f843f8bae9235421aa6a78cea7e7bd297449c69189a4f977be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10ea4efb79f983f843f8bae9235421aa6a78cea7e7bd297449c69189a4f977be, en de alinea staat in dat document op bytes 137125 tot 139939.