Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 april 2019
Onder 5.4.4. College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 april 2019
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 april 2019, ECLI:NL:CBB:2019:151.
Anders dan de rechtbank is het College van oordeel dat ACM voldoende onderzoek naar de juridische en economische context heeft verricht om te kunnen vaststellen dat de overeenkomst niet aan het kartelverbod ontkomt wegens de zwakke positie van [naam 1] en [naam 8] op de markt voor contractueel taxivervoer. Daarvoor is in de eerste plaats van belang dat [naam 1] en [naam 8] in de betrokken periode naar eigen zeggen op de landelijke markt voor contractueel taxivervoer (welke markt in de betrokken periode een omvang had van bijna € 1,3 mld. per jaar) een gezamenlijk marktaandeel hielden van 4,6%. Aan een marktaandeel van die omvang kan niet bij voorbaat en in het algemeen de conclusie worden verbonden dat een tussen partijen overeengekomen beperking van de mededinging de markt slechts in zeer geringe mate (negatief) beïnvloedt. Het feitelijk kader van de overeenkomst in deze zaak en dan in het bijzonder het uit de bewoordingen blijkende doel van de overeenkomst (het verdelen van de markt en het beperken van onderlinge concurrentie), de aard van de betrokken diensten (lokaal uit te voeren contractueel taxivervoer) en de structuur en de daadwerkelijke condities van het functioneren van de markt (een aanbestedingsmarkt waarop lokale, regionale en landelijke spelers actief zijn) wijst bovendien in de tegengestelde richting. Daarbij is van belang dat [naam 1] en [naam 8] hun historische wortels hebben in de regio Rotterdam, dat uit de gedingstukken blijkt dat [naam 1] haar positie in die regio ten minste wilde behouden en [naam 8] in die regio wilde groeien, dat [naam 1] en [naam 8] beide in staat waren in die regio contractueel taxivervoer uit te voeren zoals blijkt uit het gegeven dat zij daar beide beschikten over “eigen wielen” of onderaannemers, en dat [naam 1] en [naam 8] beide ook bereid waren contractueel taxivervoer te verrichten in de regio Rotterdam zoals blijkt uit hun feitelijke inschrijfgedrag bij aanbestedingen in die regio voorafgaand aan de overeenkomst. [naam 1] en [naam 8] kwamen elkaar dus in elk geval (ook) in die regio “tegen”. Gelet op deze context heeft ACM zich terecht op het standpunt gesteld dat de in de overeenkomst neergelegde afspraak (die naar de letter niet ziet op een bepaald geografisch gebied) in elk geval relevant is voor de regio Rotterdam en dat daarom voor de vaststelling van hun positie op de markt bepalend is met welke concurrentiedwang [naam 1] en [naam 8] op het gebied van het contractuele taxivervoer in die regio werden geconfronteerd. Daartoe acht het College met ACM van belang dat [naam 1] en [naam 8] in de regio Rotterdam beide “gerede kandidaten” waren, dat aan de meeste aanbestedingen in de regio Rotterdam slechts een beperkt aantal partijen meedeed en dat [naam 1] en [naam 8] regelmatig opdrachten in die regio gegund hebben gekregen. Hieruit volgt dat de aanwezigheid van [naam 1] en [naam 8] in ieder geval op een deel van de markt voor contractueel taxivervoer niet van onbetekenende omvang was en dat de overeenkomst (alleen al) daarom in staat was de mededinging op (dat deel van) die markt in meer dan zeer geringe mate te beperken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4a88b16da8f8938bdbd519fa45ccb4daa8b6530bbadb21afe13342c4f630e720. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4a88b16da8f8938bdbd519fa45ccb4daa8b6530bbadb21afe13342c4f630e720, en de alinea staat in dat document op bytes 70596 tot 73755.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4a88b16da8f8938bdbd519fa45ccb4daa8b6530bbadb21afe13342c4f630e720 | shasum -a 256