Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 mei 2019
Onder 5.3.9 College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 mei 2019
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 mei 2019, ECLI:NL:CBB:2019:177.
Het betoog van AFM dat appellante in de onderhavige procedure voldoende mogelijkheden heeft gehad om haar rechten van verdediging uit te oefenen, waardoor het gebruik van de door dwang verkregen wilsafhankelijke informatie niet in strijd is met het nemo tenetur-beginsel, faalt. Dat appellante zich van adequate rechtsbijstand heeft voorzien, bij aanvang van de hoorzitting naar aanleiding van de voorgenomen boete de cautie heeft ontvangen en vervolgens de kans heeft gehad om het bewijsmateriaal dat AFM aan de boete ten grondslag heeft gelegd, ter discussie te stellen en ontlastend bewijsmateriaal over te leggen, doet niet af aan een schending van het nemo tenetur-beginsel. Het College ziet niet dat, gelet op alle informatie die AFM al had verkregen, voor appellante in de procedure naar aanleiding van de (voorgenomen) boete een reële mogelijkheid bestond om de bewijskracht van de al verstrekte wilsafhankelijke gegevens over de gemiddelde cumulatieve rendementen op een geloofwaardige wijze te ontkrachten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b69290fe5cfaa0afedb4a7196378093075f747bf8873cfb5e8e50deddd08633. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b69290fe5cfaa0afedb4a7196378093075f747bf8873cfb5e8e50deddd08633, en de alinea staat in dat document op bytes 52458 tot 53489.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2b69290fe5cfaa0afedb4a7196378093075f747bf8873cfb5e8e50deddd08633 | shasum -a 256