Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 mei 2019

Onder 5.5.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 mei 2019

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 mei 2019, ECLI:NL:CBB:2019:177.

Ook de conclusie van AFM dat de getoonde informatie misleidend was blijft naar het oordeel van het College overeind, omdat de vaststelling van AFM dat de in de reclame-uitingen getoonde rendementen niet representatief waren voor de daadwerkelijk door klanten behaalde rendementen de conclusie dat de reclame-uitingen misleidend waren draagt. Het College onderschrijft het oordeel van de rechtbank in overweging 3.6 van de bestreden uitspraak dat van de in de reclame-uitingen getoonde informatie de suggestie uitgaat dat cliënten van [naam 5] met het risicoprofiel ‘Behoedzaam’ in de desbetreffende periodes in de regel het daarbij getoonde cumulatieve rendement hebben behaald en dat dit rendement het gevolg is van de werkwijze van [naam 5] , gezien de daarbij gebruikte teksten als: “Elke dag kiezen wij de juiste beleggingen voor u. En als de beurs tegenzit, dan beleggen wij even niet. Met als gevolg een rendement om trots op te zijn.” Zoals AFM terecht heeft vastgesteld, bleek uit de reclame-uitingen niet dat het getoonde rendement niet het rendement was van cliëntportefeuilles maar van één specifieke voorbeeldportefeuille, waarvan het rendement niet representatief was voor de daadwerkelijk behaalde rendementen door de cliënten van appellante. Op basis van de reclame-uitingen konden potentiële cliënten niet weten, dat de werkwijze van [naam 5] ook inhoudt dat iedere cliënt binnen een profiel een unieke portefeuille heeft waarvan de samenstelling en dus het te behalen rendement sterk afhankelijk is van het persoonlijk risicogetal, de startdatum van de portefeuille, de hoogte van de inleg en de omstandigheid of er al dan niet onttrekkingen en/of bijstortingen zijn geweest. Gelet op het voorgaande is het College dan ook, evenals de rechtbank, van oordeel dat potentiële cliënten op basis van de desbetreffende reclame-uitingen een verkeerd beeld konden krijgen van de financiële dienst die door [naam 5] wordt verleend en in het bijzonder over de rendementen die daarmee in het verleden voor de cliënten van [naam 5] zijn behaald. Daaraan doet niet af dat, zoals appellante betoogt, de in de reclame-uitingen getoonde rendementen een correcte weergave zijn van de daadwerkelijk behaalde rendementen van de voorbeeldportefeuille, omdat het onduidelijke en misleidende er juist in is gelegen dat de consument niet kon weten dat het om het rendement van een specifieke voorbeeldportefeuille ging, waarvan het rendement niet representatief was voor de rendementen van de cliëntportefeuilles. Ook de omstandigheid dat het rendement van de voorbeeldportefeuille, naar appellante stelt, op de meest zuivere wijze de werking van het algoritme toonde maakt het niet anders. Integendeel, het gegeven dat de cliëntportefeuilles weliswaar volgens hetzelfde algoritme werden beheerd, maar dat er, naar appellante zelf heeft gesteld, logische en verklaarbare redenen zijn waarom de op de cliëntportefeuilles gerealiseerde rendementen afwijken, maakt juist dat de potentiële cliënten op grond van de in de reclame-uitingen verstrekte informatie de betekenis van het getoonde, in het verleden, behaalde rendement niet goed op waarde konden schatten en aldus een verkeerd beeld konden krijgen van de financiële dienst die door [naam 5] wordt verleend en in het bijzonder van de rendementen die daarmee in het verleden voor de cliënten van [naam 5] zijn behaald.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b69290fe5cfaa0afedb4a7196378093075f747bf8873cfb5e8e50deddd08633. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b69290fe5cfaa0afedb4a7196378093075f747bf8873cfb5e8e50deddd08633, en de alinea staat in dat document op bytes 61869 tot 65273.